Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten slotte kan het voorkomen, dat hij, die de overeenkomst nietig doet verklaren, tevens recht heeft op schadevergoeding „indien daartoe gronden zijn" (art. 1489). Welke die gronden zijn, wordt hier niet gezegd. Terecht neemt men echter aan, dat hier gedacht moet worden aan het geval, dat de tegenpartij zich, bij het sluiten van de overeenkomst, aan een onrechtmatige daad (in ruimen zin) heeft schuldig gemaakt en de eischer schade heeft geleden.

§ 189. Gevolgen der nietigverklaring.

Hiervoor (§ 183) is uiteengezet, in hoeverre partijen en derden met de hier bedoelde handelingen hebben rekening te houden, resp. voor en na de nietigverklaring. Het kan evenwel zijn, dat de overeenkomst tusschen partijen reeds geheel of gedeeltelijk is uitgevoerd. Daaromtrent bepalen de artt. 1487 en 1488, dat partijen over en weer moeten worden hersteld in den staat, waarin zij vóór het aangaan der verbintenis waren. Wat zij hebben ontvangen, zal dus moeten worden teruggegeven1. Evenwel is de bescherming der onbekwamen, ook tegen zich zelf, welke het beginsel is, waarop art. 1482 berust, zoo ver doorgevoerd, dat hun restitutieplicht is beperkt tot datgene, dat nog onder hunne berusting is of tot de tegenwaarde van de hen verstrekte gelden of goederen, waardoor zij inderdaad zijn gebaat. Onder deze laatste uitdrukking zal men hebben te verstaan, dat het hun geleverde of betaalde, naar het oordeel van den rechter, hun inderdaad nut heeft opgeleverd 2. De minderjarige student, die kamers huurt, daar woont en de kost krijgt, zal dus een redelijke vergoeding voor deze, hem bewezen, diensten moeten betalen, ook al zou de overeenkomst later worden ver-

kwaamheid, ex art. 1482 gedaan, den eisch van een verzoek tot vernietiging niet zou stellen. Uit de door hem ten deze aangehaalde arresten kan ik dat niet lezen. Mogelijk denkt hij aan het arrest van 25 Juni 1894, W. 6532, doch deze beslissing der s<ra/kamer hield kennelijk verband met de strafrechtelijke zijde der toen behandelde vraag en heeft daarom in civilibus geen autoriteit.

1 Of men aan de vernietiging al dan niet „zakelijke werking" moet toekennen, of met andere woorden onroerend goed, tengevolge der nietigverklaarde overeenkomst geleverd, al dan niet van rechtswege weer terugkeert tot den vorigen eigenaar is een vraag, die in het zakenrecht thuis behoort. Zij is n.1. afhankelijk van de houding, die men aanneemt t. a. v. de vraag of de levering naar ons recht een causale dan wel een abstracte rechtshandeling is.

2 Zie Hof Amsterdam 29 November 1912, W. 9475. Vgl. art. 1423.

Sluiten