Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging doet de mogelijkheid van een vordering tot nietigverklaring vervallen, zegt de wet. De bevestiging heeft dus deze beteekenis, dat degene, die den rechter te voren vragen mocht de nietigheid uit te spreken, van deze bevoegdheid afstand doet £ Doch dan moet natuurlijk de bevestiging plaats hebben op een oogenblik, waarop de omstandigheid, welke de nietigheid ten gevolge had, heeft opgehouden te bestaan. Het geweld moet zijn opgehouden, de dwaling of het bedrog zijn ontdekt, de onbekwaamheid verdwenen 2. Alleen dan toch kan aan zoo'n afstand van recht waarde worden gehecht. Bovendien moet zij met kennis van zaken zijn gedaan. Wordt een schriftelijk stuk opgemaakt, dan zal dat, om in rechte volledig bewijs te kunnen opleveren, aan de in art. 1929 gestelde eischen voldoen. Doch een bepaalde vorm is niet voorgeschreven. En zelfs is stilzwijgende bevestiging mogelijk (artt. 1492 en 1929). Daaronder zal men o. a. moeten verstaan de vrijwillige tenuitvoerlegging. Hij, die met het bestaan van den nietigheidsgrond bekend en op een oogenblik, waarop hij bevestigen kan, dus willens en wetens, door zijn daad toont de handeling als een geldige te beschouwen, mag zeker geacht worden afstand te hebben gedaan van iedere bevoegdheid om nietigverklaring te vragen. Zoo ziet art. 1929 het ook in.

AANHANGSEL. De z.g. inexistente handelingen.

§ 192. Hoewel een bepaling als ons art. 140 in de Code Civil ontbreekt, heeft in Frankrijk ook steeds de overtuiging geheerscht, dat een huwelijk nimmer van rechtswege nietig was. Rechtspraak en schrijvers waren het er over eens, dat alleen een rechterlijke uitspraak, steunende op een bepaald wetsartikel de nietigheid kon vaststellen. Maar nu ontdekte men, dat er voor een paar gevallen, die zich zeker hoogst zelden zullen voordoen, doch die, als ze zich voordoen, toch zeker de geldigheid van het huwe-

'Zoo vat art. 1363 het ook op.

2 Wel kan natuurlijk te voren een bevestiging van den wettelijken vertegenwoordiger uitgaan. Alleen in het geval van de getrouwde vrouw bestaat eenige twijfel over de vraag of zoo'n bevestiging bindend is voor de vrouw zelf. Zie Asser-Scholten I blz. 130. T. a. v. de andere gevallen van onbekwaamheid schijnt de volledige geldigheid van de bevestiging niet twijfelachtig.

Sluiten