Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stuiting der verjaring.

198. Oefent de schuldeischer zijn rechten uit, voor de tot verjaring vereischte tijdsduur is afgeloopen, doch komt het, om de een of andere reden, ook dan nog niet tot onmiddellijke betaling, dan blijft niettemin dit resultaat verkregen, dat de loop der verjaring blijft verbroken. En al kan het dan zijn, dat b.v. de crediteur het verkregen vonnis niet doet ten uitvoer leggen, zoodat een nieuwe verjaringstermijn wordt ingeluid, daarbij zal de tijdsduur, welke vóór de onderbreking was verstreken, niet mogen worden opgeteld. Dat is wat de wet stuiting der verjaring noemt. Door schorsing wordt de verjaring onderbroken, door stuiting wordt zij a/gebroken.

Stuiting nu kan uitgaan, hetzij van den schuldeischer, hetzij van den schuldenaar.

De schuldeischer kan stuiten door een daad van rechtsvervolging, gericht tot den schuldenaar, waarin hij, met een beroep op zijn vorderingsrecht, diens veroordeeling vraagt1. Doch zelfs is het niet noodig, dat de schuldeischer een proces begint. Ook een aanmaning is voldoende. Dat zal dan echter een aanmaning moeten zijn, „in den vereischten vorm door een daartoe bevoegden ambtenaar" gedaan. In de eerste plaats zal dus aan een deurwaardersexploit dienen te worden gedacht.

De stuiting kan ook gelegen zijn in een daad van den schuldenaar. Erkent deze „door woorden of door daden" het recht van zijn crediteur, dan zal eveneens de verjaring daardoor worden verbroken. Het ware nutteloos van den schuldeischer te vorderen, dat deze, na zoo'n erkenning te hebben verkregen, zelf nog eens een aanmaning zou laten uitgaan.

Afstand der verjaring.

§ 199. De verjaring is ingesteld in het openbaar belang, althans mede in het openbaar belang. Begrijpelijk is dus, dat partijen bij het aangaan van een schuld niet kunnen overeenkomen, dat deze

1 De artt. 2017 en 2018 geven nadere voorschriften.

Sluiten