Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor, na geteld te hebben, dat ze met z'n zevendenen waren.

„Hoe ver is het?" vroegen de circus-artisten. „Te voet 'n minuut of tien." „Dan gaan we te voet."

De tocht duurde langer dan tien minuten, omdat er telkens een paar voor een winkel of een straat-uitstalling bleven stilstaan en de anderen erbij riepen. Madame Sylvia enthousiasmeerde zich voor cameeën en antieke armbanden, maar toen niemand ze voor haar kocht, ging het weer verder. De Vroolijke Wielrijders bleken plotseling spoorloos verdwenen; de beide kleine Japannertjes hadden hen gevieren vlug even in een zijstraatje zien glippen, waar een vruchtenstalletje stond. Enkelen wilden hen nog gaan zoeken; een paar anderen wilden dan met alle geweld eerst nog in een café binnenloopen om bij de toonbank een Cinzano te nemen. Tenslotte besloot men gezamelijk toch maar verder te gaan.

Na een kwartier waren ze nog niet halverwege, maar Rambaldo haastte hen niet, onderhield zich beurtelings met elk van hen, wees hun wat Napels aan karakteristieks bood - alsof bij door hen als gids geëngageerd was en zij vanavond geen ernstiger zorgen aan hun hoofd hadden dan de bezichtiging dezer stad.

„Straks moeten we 't nog over de zaken hebben... 1" riep een der clowns zijn herinnering wakker en klopte Rambaldo reeds vertrouwelijk op den schouder. Meteen vergat hij het ook weer.

Rambaldo groette intusschen naar links en rechts: hoe beter het hem ging, hoe meer bekenden hij op straat placht tegen te komen. In den beginne dopten er nog een paar uit zijn gevolg onverschillig met hem

Sluiten