Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zekerheid zou men op een bod op de zes panters „en bloc" kunnen rekenen: een rijke macaroni-fabrikant uit de stad zou ze samen met de temster in zijn park willen laten optreden voor het uitsluitend genoegen van zich en zijn vrienden. Hij zou gezegd hebben: „Als het kapitool er twee wolven op na houdt en Conté B. één jongen leeuw, dan zal ik maar met zes panters genoegen nemen." De bron van dit gerucht scheen betrouwbaar - het kwam van madame Sylvia zelf.

Twee avonden voor den grooten dag voltrok zich het wonder, dat Saul op bezoek ging bij Rambaldo Fittipaldi, dien Napohtaanschen jongeman, die sedert het tekort schieten van Herrn Direktor in het circus de lakens uitdeelde en in den grijzen Mercedes der directie door de stad werd gereden. Uit een nachtmerrie van allerlaatste noodzakelijke bezigheden en overwegingen wakker geschrikt, staarde Rambaldo naar den temmer, voor wien hij diep in zijn hart een geheime, aan vereering grenzende bewondering koesterde welke niet veel van die der toegewijde Senegaleezen verschilde. Met een jongensachtige, trotsche vreugde over deze ontegenzeglijke overwinning hoorde hij aan wat Saul te berichten had.

Saul was geen man van het woord. Hij drukte zich in het Italiaansch onbeholpen uit; Rambaldo verzocht hem daarop Duitsch te spreken; toen echter bleek, dat Saul toch altijd nog beter Italiaansch sprak dan Rambaldo Duitsch, viel het gesprek vanzelf weer in het lapidaire Italiaansch terug, waarmee het was ingezet.

Het deed er weinig toe. Saul kwam Rambaldo tenslotte slechts een eenvoudig rekensommetje voorleggen: dat het voor de crediteuren en voor iedereen oneindig voordeehger zou zijn indien alle zestig leeuwen

Sluiten