Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn, die kostbare eenheid weer te verstoren om der armzaligen zekerheid wil van enkele tienduizenden hre.

In den plotselingen drang om Saul te bewijzen, dat hij ook vroeger niet blind daarvoor geweest was, zocht Rambaldo thans naar den beleedigenden brief van den Genueeschen dierentuin-directeur en legde dien aan den temmer voor.

Hoewel het geval daar toch duidelijk lag, staarde Saul niet dadehjk begrijpend op het blad papier, dadehjk hevig ontstemd doordat hij iets over den verkoop van enkele leeuwen las. Rambaldo moest te hulp schieten om hem de zaak uit te leggen. Toen begreep Saul er wat meer van, maar de brief prikkelde hem nog steeds, en met weerzin schoof hij hem over de tafel terug. Het effect was niet wat Rambaldo er van had gemeend te mogen verwachten.

„Signor Saul..." vroeg hij echter zonder haatdragendheid en met den zuiversten wil tot medewerken bezield, „aangenomen, dat ik er den curator toe kon brengen, de leeuwen overmorgen op de veiling als één ondeelbaar verkoopsobject te laten uitroepen... gelooft u dan zelf eerhjk aan een mogelijkheid, dat er op geboden werd?"

Saul haalde norsch, in het nauw gedreven, de schouders op. „Overmorgen.. j, 1" zei hij. „Men moet zooiets even kunnen afwachten. Vast en zeker zit er ergens in de wereld wel een kooper, die het nog weer eens aandurft met mij en mijn zestig leeuwen en zich dan meteen over m'n Senegaleezen en de oppassers ontfermt. Dat kan ineens komen, maar het hoeft niet juist overmorgen te zijn. Het gaat er om, het even te durven uitzingen..."

Rambaldo hoorde hem zwijgend aan: er was iets in

Sluiten