Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zelfs de Senegaleezen lieten zich thans tot eenigen arbeid bewegen. Niet slechts leidden ze de kameelen een paar uur per dag het gansche terrein rond - op Saul's verlangen hielden ze bovendien gezamenlijk hun slaaploods schoon. Met pijnlijke rechtvaardigheid verdeelden ze dit karweitje onder elkaar. Zij vroegen niet om rundvleesch, zooals in de betere dagen onder Direktor Sturm; zij vroegen in het geheel nergens om, namen hun deel van het voedsel der leeuwen en kameelen en bereidden er (met nog een paar kolven maïs en wat groente-afval) vertrouwde Senegaleesche spijzen uit.

De Zweedsche kapitein Olavson, wiens emplooi bij het Arcadia-variété-theater was afgeloopen, was op Nieuwjaarsmorgen komen opdagen met de vraag, of hij op het gehuurde stuk terrein ook nog zijn wagen met zeeleeuwen mocht plaatsen: hij had maar een klein plekje noodig. Saul stond het toe, verlangde echter een bescheiden betaling. Olavson, totaal verbluft, ging er dadehjk mee accoord. Hij herkende Saul niet meer, in wien hij steeds een weliswaar eenzelvig, maar grootmoedig en hulpbereid confrater had gezien.

Diep in zijn hart had kapitein Olavson misschien wel gehoopt, in de kleine, gemeenzaam strijdende wereld rondom den leeuwentemmer te worden opgenomen; hij zou zijn spaarduitjes dan ook wel voor het groote doel: tezamen door een circus te worden overgenomen, hebben willen afdragen. Had Saul dat niet begrepen, of waarom stootte hij hem terug?

Saul moest hard zijn. In zijn kleine, gesloten legertje was geen plaats meer voor een temmer met negen zeeleeuwen.

Ondanks de onuitgesproken afwijzing blééf kapitein

Sluiten