Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rambaldo had zich na den dag der veiling niet meet achter den Albergo dei poveri laten zien. Ten eerste het zijn clientèle hem werkehjk van uur tot uur minder vrijen tijd. Ten tweede hadden de vele opwindingen der laatste weken in hem een niet meer dan natuurlijke reactie gewekt. De klank „circus" schonk hem niet meer dezelfde prikkeling als In de eerste dagen. Hij was de gansche zaak plotseling een weinig moede geworden. Van den curator, die hem juist vandaag bij zich had laten komen om hem een bescheiden gratificatie te overhandigen „voor zijn waardevolle raadslagen en bemoeiingen", had hij vernomen, dat Saul voorloopig nog een week tijd was gelaten om een kooper voor den ganschen troep te tooveren... natuurlijk weigerden de crediteuren om gedurende die week den leeuwen voedsel te zenden. Rambaldo had het geld zonder al te veel gewetensbezwaren aangenomen, reeds omdat hij het zelf nog zoo bitter goed gebruiken kon; daar de temmer zich niet meer bij hem aangemeld had, nam hij aan, dat het probleem van de voedering op de een of andere wijze moest zijn opgelost, en verdiepte er zich daarom niet meer in. Overigens kon hij gemakkelijk op zijn vingers natellen hoe de stemming onder de wachtenden ongeveer zou zijn... alle somberheid en duisternis echter schrikte hem in deze dagen af, nu zijn hart zoo heerhjk licht was, zoo vol van blijde gedachten en wenschen. De waarheid was, dat hij sedert den oudejaarsdag reddeloos en krankzinnig verhefd was op het mooie dochtertje van den grooten rechter Guerra; dag en nacht zweefde zij hem voor den geest; zij maakte, dat hij onder het vervelend relaas van een cliënt soms aan heel andere dingen dacht en achteraf om een herhaling van het exposé

Sluiten