Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen de oude oppasser zich oprichtte en langzaam en bitter het hoofd schudde, begreep Rambaldo, dat zijn vraag dieper verstaan was dan hij ze bedoeld had.

Hij kreeg het eensklaps ietwat benauwd en kon thans een andere vraag niet terughouden, die hemzelf laf in de ooren klonk en hem plotseling met schuldbewustzijn vervulde:

„Krijgen de dieren nog te eten... ?"

„Vandaag nog."

„Wie stuurt dan het voedsel?"

Verontwaardigd keken nu ook een paar andere oppassers op en zeiden uit één mond: „Niemand stuurt voedsell"

Rambaldo staarde van den een naar den ander en las in de oogen der mannen de gansche waarheid. Ook een aanklacht tegen hem las hij et in en een verborgen begeerte. Zijn intuïtie verraadde hem nu alles: de dieren hadden tot nu toe nog te eten gehad... deze menschen niet, of nauwelijks meer.

* Hij trad, bevangen, naar de centrale kooi en wachtte nu, zonder nog langer op zijn horloge te kijken, tot Saul den dieren vrij-af zou geven. Dit kon uiteraard pas geschieden nadat alle hokken gereinigd waren en weer gereed voor de opname van hun bewoners. Zoo verliep er dan nog wel bijna een half uur, en Rambaldo, zwijgend toekijkend en overdenkend wat hier te doen viel, vergat daarbij, zonder zich dat zelf eigenlijk scherp bewust te zijn, voor enkele oogenblikken weer de gansche verdere wereld, die hem tegenwoordig zoozeer opeischte, en geraakte tegen wil en dank weer geheel onder den invloed der vreemde atmosfeer, die hem aanvankelijk met magische kracht naar het circus

Sluiten