Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jeffries lichtte hem op ietwat luidruchtigen toon in, gaf hem een indruk van het grootsche tafereel, getiteld: „De Panterkoningin". De kapitein vroeg, of er heusch geen gevaar bij was. Waarop Jeffries hem van den tooverdrank met opium er in vertelde. Overigens dacht hij haar een hofhouding van twaalf sterke, naakte wilden te geven, die haar op haar troon koelte moesten toewuiven; in den steel der struisveeren waaiers echter zouden zich zware karwatsen uit krokodillenleer bevinden.

De beide zeelui trachtten zich het beeld voor oogen te halen; eindehjk vroeg de stuurman, of men dat in Amerika wel graag zag: naakte zwarten met een naakte, blanke vrouw?

jeffries werd rood en verzocht den stuurman driftig, hem eens te vertellen waarom hij dan wel dacht, dat de panterkoningin ook naakt zou zijn? „Omdat je zelf eerst van naakte wilden sprak," sprong de kapitein in de bres. De stuurman keek heelemaal niet op, zei zacht, de oogen in madame Sylvia's Sphynxenblik verzonken: „Dat had ik me maar zoo voorgesteld-

Jeffries ergerde zich onuitsprekelijk over dit vlegelachtige antwoord, maar hij hield zich nog in toom en deed of hij niets merkte. Later op den avond daalde een diepe treurigheid over hem; bij werd afwezig en begon er Olavson plotseling verwijten over te maken, dat hij zijn zeeleeuwen verkocht had, inplaats van op hem, op Jeffries uit Buffalo, te wachten.

„Je had mij en mijn dieren toch heelemaal met kunnen gebruiken," zei Olavson, verdroten en pijnlijk getroffen. - „Waarom niet? Ik had er wd wat op gevondenl" sloeg Jeffries door. De Zweed werd driftig.

Voor den donder, neem me dan toch ook zoo, zonder

Sluiten