Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de vloeistof, waaraan ze hun kracht moesten mededeelen. Na gebruik werden ze in een gouden doosje bewaard. *)

§ 5.

Een andere bezoar, waarmede de Portugeezen in de eerste helft der 16e eeuw bij hun tochten door de Zuid-Chineesche zee, waarschijnlijk voor het eerst, kennis maakten, is de Apenbezoar, welks naam en faam voornamelijk aan het grootste der Groote Soendaeilanden is verbonden. rHj is volgens Prof. Veth „een der oudste titels van Borneo's glorie", en in het rapport van S. Bloemaert over Borneo van 1609 wordt hij onder de voornaamste producten van dit eiland genoemd. 2)

Toch schijnt deze bezoar, wanneer althans het hieronder volgend bericht van Tavernier juist is, niet altijd uitsluitend tot Borneo beperkt te zijn geweest. Hij schrijft: „Wat de bezoar betreft, die zooals sommigen gelooven, uit de apen komt, deze is zóó sterk, dat twee greinen daarvan zooveel doen als zes greinen van den gewonen bezoar. Maar hij is zeer zeldzaam en bevindt zich speciaal in apen van het eiland Makasser. Deze soort van bezoar is rond, terwijl de andere soort (n.1. de Oostersche bezoar) verschillend van gedaante is, overeenkomstig de knopjes en takjes, welke de geiten hebben ingeslikt. Vermits de steenen, die uit apen komen, veel zeldzamer zijn dan de andere, zijn ze ook veel duurder en veel meer gezocht. Kan men er een krijgen zoo groot als een noot, dan is hij wel eenige malen 100 kronen waard. De Portugeezen zijn boven alle andere natiën zeer gesteld op dezen bezoar, daar ze tegenover elkaar zeer wantrouwend zijn en altijd vreezen door kwaadwilligen te zullen worden vergeven." 3)

Waar Rumphius schrijft over „een nieuwe soort van bezoar in de Europeesche schriften tot noch toe onbekend", is bovenbedoeld bericht van Tavernier hem blijkbaar ontgaan. Hij heeft het uitsluitend over den apenbezoar van Borneo, waaromtrent we, vooral

1) N. Lemery: Woordenboek of algemeene verhandeling der enkele droogerijen, Ned. vert. v. C. V. Putten en I. de Witt, 2e uitg. 1743, i. v. Bezoar, p. 102.

2) Dr. P. J. Veth: Borneo's Westerafdeeling, dl. I, 1854, p. XIX en de daar aangehaalde bronnen; Begin ende Voortgang v. d. vereenigde Ned. geoctr. O.I.C., dl. 2, no. 15, p. 100.

*) Les six voyages, t.a.p., dl. II, p. 409 vg.

Sluiten