Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit hetgeen Rumphius aan het slot zijner mededeelingen aangaande den apenbezoar vertelt, zou men geneigd zijn af te leiden, dat de voorstelling van het kunstmatig verwekken van bezoarst enen door de dieren te verwonden van Chineesche origine is. Hij zegt namelijk ergens gelezen te hebben (het onvolledig geciteerde boekje hebben we niet kunnen achterhalen), dat in de Chineesche provincie Queicheu (Kweichau?) de bezoar ,verkregen werd van gestaarte apen, die een deel der pijlen, waarmede zij gedood werden, nog in hun lichaam vertoonden. 1)

Een tweede bestanddeel van het door Rumphius opgedischte verhaal is, dat de op de beschreven wijze verwonde dieren zelf de kruiden zoeken, die, naar zij meenen, voor hun genezing dienstig zijn, en dat de bezoar als de quintessence dier geneeskruiden wordt beschouwd.

Dit motief is zoo oud als de geschiedenis van den bezoar zelf. Naar de reeds genoemde Compagnies-geneesheer Jacob Bontius — lijfarts van den stichter van Batavia — van Armenische en Perzische kooplieden vernam, zou de geneeskracht van den echten Oosterschen bezoar daaraan zijn toe te schrijven, dat hij zich vormde in het ingewand van geiten, die zich in Perzië in het landschap Stabanan (op drie dagreizen afstand van de handelsstad LarJ ophielden, en zich daar uitsluitend met aromatische en geneeskrachtige kruiden voedden, zooals saffraan en hermodactytus. 2)

En van den Westerschen bezoar werd, analoog hiermede, reeds medegedeeld (p. 9), dat hij zijn reputatie dankte aan de omstandigheid, dat hij in de maag der Vicoenjtfiè zou zijn gevormd uit de heelkruiden, die deze dieren zelf uitzoeken, om daardoor gevrijwaard te zijn tegen den schadelijken invloed van giftig voedsel en drinkwater.

Dezelfde voorstelling ligt, zooals we zagen (p. 18) eveneens ten grondslag aan het verhaaltje, dat de Ceiloneezen de giftwerende eigenschap van het Slangenhout leerden kennen door de waarneming, dat als de Ichneumon in het gevecht met een giftige slang gebeten wordt, hij zich instinctmatig dit hout tot voedsel kiest, als geneesmiddel tegen het venijn.

In al deze gevallen leidde het dierenexperiment dus tot leermeesteres. De kruiden, die de dieren zich in bepaalde gevallen intuïtief

*) G. E. Rumphius, t.a.p. blz. 302 vg.

a) Dr. L. Winkkr. ta.p., blz. 19, en S. de Vries, ta p., dl. H, 1682, p. 907 vg.

Sluiten