Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemakkelijk, waarbij de breukvlakte dikwijls schilferig of glasachtig is. De kleur varieert tusschen melkwit, opaliseerend blauwwit, lichtgeel en blauwachtig zwart.

De Sumatraansche soort bestaat uit kleine, onregelmatige, krijtwitte korrels. Hun breuk is niet glanzend, doch dof. Enkele bruine, of blauw-zwarte stukjes zijn er mede vermengd, terwijl andere aan den buitenkant een zwart beslag hebben.

Dit verschil in physische eigenschappen is, volgens Dr. Vorderman — aan wiens mededeelingen we ook het bovenstaande ontleenen — een gevolg van de wijze van inzameling. De Javaansche soort wordt uit de gekloofde bamboehalmen gewonnen en de Sumatraansche wordt verzameld, wanneer, bij het ontginnen van den grond, bamboestronken verbrand zijn. Men zoekt ze dan uit de asch«:l}

Evenals pijpaarde kleven deze concrementen sterk aan de tong. Wordt een steentje in het water gelegd, dan heeft er een duidelijke ontwikkeling van gasbellen plaats, welke uit zuivere dampkringslucht bestaan. Geheel met water verzadigd, krijgen de stukjes een geheel ander voorkomen, ze worden dan alle doorschijnend, Vaak zelfs volkomen doorzichtig. De meeste nemen de blauwe kleur Vdn het korund, andere de gele van het topaas aan (opalescentie-verschijnselen). Uit het water genomen, krijgen deze stukjes hun oorspronkelijke kleur en ondoorschijnendheid terug. 2)

Het absorbtie-vermogen van tabaschir is sterker dan van welk ander mineraal ook. Brewster vond, dat de ruimte door de poriën van een stuk hiervan ingenomen maal zoo groot is als die van het stuk zelf. Verder nam hij bij verhitting van uit Indië afkomstige tabaschir merkwaardige phosphorescentie verschijnselen waar. De vocht-opzuigende eigenschap dezer stof is ook de reden, dat zij hij de Javanen geldt als een uitstekend bloedstelpend middel bij verwondingen. 3)

Het schijnt, naar laatstgenoemde schrijver mededeelt, vooral in China te zijn, dat het tabaschir op hoogen prijs wordt gesteld. Het wordt daar vooral in de hooge standen gebruikt tegen koorts, hoofdpijnen, enz., terwijl het mede dient tot bereiding van fijn porselein. *)

*) Dr. A. G. Vorderman, t.a.p. blz. 631 vg.

2) D. W. Rost v. Tonningen, ta.p., blz. 393.

3) D. W. Rost van Tonningen, ta.p., blz. 396.

4) De Chineesche naam voor tabaschir is Tientjoe-huang, of Tjoe-huang, d.i.

Sluiten