Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschillende deugden ervan op, en geeft aanwijzingen omtrent het gebruik, ia vertaling luidt de inhoud aldus: „Deze steen dient om allerlei ziekten te genezen, zooals etterende pestbuilen, beten van slangen, schorpioenen, dolle honden, katten, ratten, duizendpooten, enz. Men legge hem op de aangedane plaats, waarop hij blijft liggen, tot hij al het gift heeft opgezogen. Dan eerst valt hij af. In lichte gevallen duurt dit een uur, in zware gevallen twee uren. Het gezwel slinkt dan en komt niet weer op. Telkens na gemaakt gebruik, moet de steen één nacht blijven liggen in melk van een vrouw, of van een koe, opdat het opgezogen gift zich daarin kan ontlasten. Eerst daarna kan hij opnieuw worden gebruikt. In allerlei landen heeft men naar een soortgelijken steen gezocht, maar alleen deze, in Schotland (!) gevonden, steen is de heusche. Zij, die verre tochten maken, of eenzame plaatsen bezoeken, doen goed dezen steen mede te nemen, opdat zij onderweg niet in gevaar komen."

Ofschoon de innerlijke waarde van het middel dus zeer hoog wordt aangeslagen, is de prijs hoogst bescheiden. Hetzelfde prospectus vermeldt namelijk, dat één steen 10 ets. kost, een doos van 12 stuks ƒ 0.80, twaalf doozen ƒ 8.

Over de compositie van kunst-slangensteenen bestaan verschillende mededeelingen.1) We zullen volstaan, met de vermelding van het recept door Dr. Valentino van den Indischen kunst-slangensteen gegeven. Men neemt 150 G. hertshoorn en doet die in een aarden vat, dat voor de helft met zand gevuld is. Verder doet men

getranscribeerd. Het voorwerp is geborgen in een looden of tinnen doosje, op welks deksel in het midden een slang is afgebeeld, omgeven door Chineesche karakters, waarvan de beteekenis de volgende is: „Schotland, groothandel in stukgoederen te Hongkong, genaamd Joei-tsj'ang. Geneest alle vergiften. Slangenkopsteen" (welwillende mededeeling van Dr. J. J. L. Duyvendak).. Dit voorwerp bevindt zich thans in het Volkenkundig Museum te Amsterdam. (Zie „Aanwinsten 1933", p. 46 vg.).

1) M. Thévenot, een Fransch reiziger, die Indië in 1666 bezocht, ongeveer ten tijde, dat Tavernier daar ook was, gewaagt er reeds van, dat in de stad Dioe aan de Z.-kust v. h. schiereiland Goedjcat slangensteenen werden gemaakt. Dr. J. Davy onderzocht en analyseerde eenige dezer ,,steenen" en vond, dat één daarvan bestond uit een gedeeltelijk verkoold stuk been (An analysis of the snake-stone, Asiatic Researches, dl. 13, p. 318). Een andere kunst-slangensteen, de z.g. piedca ponsonja van Mexico zou, volgens een door R. W. H. Hardy gepubliceerd recept, uit een op bijzondere wijze geprepareerd stuk hoorn bestaan (J. E. Tennent. Ceylon, dl. I, 1860, p. 201, nt 2). W. W. Skeat noemt zelfs een soort van slangensteenen uit allerlei metalen samengesteld (Malay Magie 1900, p. 304).

Sluiten