Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleeren bezorgt), de moestika waringin (versteening uit den waringinboom), de moestika manoengsa (versteening uit het menschelijk lichaam). *)

Een tweetal der door Harthoom genoemde moestika's waren in 1853 ingezonden op de tentoonstelling te Batavia n.1. een moestika kebo en een moestika waringin. De eerste was geheel wit en rond, gelijkend op marmer, ongeveer een inch in doorsnede, en eenigszins doorzichtig. De andere, een kalkachtige vorming, was geheel zwart en iets kleiner.2)

Van Hien noemt nog: de moestika uit een paard (maakt wilde paarden mak en gemakkelijk te dresseeren), de moestika uit hoornvee (bezorgt den bezitter een rijken voorraad van vee), de moestika uit padi (geeft succes bij de rijstteelt), de moestika uit den koffieboom (verzekert een rijken koffieoogst), enz. 3)

De Leidsche Catalogus van 's Rijks ethnographisch Museum vermeldt nog een tweetal moestika's, van Djambi afkomstig, naar het volksgeloof gevonden in de kieuwen van den seré-visch. Ze worden aangeduid, als witte steentjes van onregelmatigen vorm, als amulet in gebruik. Kleinere steentjes zouden ook voorkomen in den kop van argus-fazanten, schildpadden, ea andere dieren. 4)

Het jaarverslag over 1902 van het vroegere Koloniaal Museum te Haarlem bericht, dat in hetzelfde jaar een kleine collectie moestika's uit Ned.-Indië te koop werd aangeboden, bestaande uit: één moestika uit een granaatappel, één uit een melati, één uit bamboe, twee uit een klappernoot, één uit een zeeschelp, één uit een tenggiri-visch, en één (bezoar) uit een antilope.5)

Bij alle onderling verschil in afkomst, aard en voorkomen, hebben de moestika's dit met elkaar gemeen, dat ze zijn amuletten (djimat's), too ver machtige voorwerpen dus, wier geestelijke krachten, volgens de oude leer, allerhande goeds uitwerken. Het utilitair karakter dier moestika's is uit de voorgaande bladzijden, naar wij meenen, voldoende gebleken: zij zijn den drager van nut bij den

*) S. E. Harthoom, De zending op Java en meer bepaald die van Malang, Med. Ned. Zend. Gen., dl. 4, 1860, p. 126 vg.

2) J- Rigg in The Journal of the Indian Archipelago, dl. 7, 1853, p. 274.

*) H. A. van Hien, De Javaansche geestenwereld, dl. II (De Tengeran'a), 1896, p. 25.

4) Catalogus dl. 10, 1916, p. 184, no. 268/252.

5) Bulletin v. h. Kol. Museum te Hiarlem, no. 28, 1903, p. 75 vg.

Sluiten