Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorzaakt waardoor voor langen tijd het parool: bezuinigen en bezuinigen, gebiedend is, zijn de tijden er echter niet naar, dat de grootsche plannen, welke Rotterdam met dit nieuwe gebied beoogt en waaraan reeds door den aanleg van de Petroleumhaven onder Pernis een aanvang is gemaakt, kans krijgen spoedig verder in uitvoering te komen.

Vermoedelijk zullen de bewonderaars van het daar zoo rustige, landelijke gebied met zijn natuurschoon en zijn daarbij in vele gevallen passende landelijke bebouwing nog geruimen tijd kunnen genieten. Evenwel blijft de noodzaak en het nut der omvangrijke Rotterdamsche havenplannen als een dreiging bestaan.

Zoodra er een gunstiger wereldtoestand intreedt en ook Rotterdam daarvan zal gaan profiteeren om verloren terrein op de wereldmarkt te herwinnen, is het niet uitgesloten, dat dit weer behoefte aan havenuitbreiding doet ontstaan en de handen ineen geslagen zullen worden om Rotterdam zijn positie onder de eerste havenplaatsen van Europa te doen behouden.

Bij de behandeling van de gemeentebegrooting van Rotterdam voor 1934, sprak de voorzitter van den Gemeenteraad, burgemeester mr. P. Droogleever Fortuijn, de navolgende woorden: „door ligging en outillage is Rotterdam ,,de nationale haven geworden en gaat Rotterdams betee„kenis in de Nederlandsche gemeenschap ver boven het „plaatselijke uit." Aan die juiste uiting, die voor geen weerlegging vatbaar is, moet groote beteekenis gehecht worden, waardoor verwacht mag worden, dat zoowel het rijk als de provincie steun zullen verleenen aan den door Rotterdam beoogden tunnelbouw onder de Nieuwe Maas.

Behalve als een groot algemeen belang voor het drukke doorgaand verkeer, voor het voeden van het spoorweg- en watervervoer op grooteren afstand, voor het bevorderen van het verbruik en verzenden van binnenlandsche voortbrengselen en het betrekken van het vruchtbare eiland IJselmonde in het grootere verkeer, is een tunnel op de voorgestelde plaats tevens in hooge mate bevorderlijk aan het in exploitatie brengen van de groote terreinen aan den Linker Maasoever, die door de annexatie, op den 21en December 1933 door de Tweede Kamer aangenomen, met ongeveer 2500 HA. worden vergroot. Hoeveel industrieele bedrijven, handels- en scheepvaartondernemingen enz. kunnen daar niet worden gevestigd?

Sluiten