Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NORBERT VAN GENNEP

KARDINAAL.

O taai en koppig kroost van den Beneden-Rijn!... Bedenk: 't zal u nóch hen ten voordeel strekken.

NORBERT.

Ik neem die beurs en ook dat geld niet aan!

KARDINAAL.

Wat wilt gij dan?!

NORBERT. Uw plicht, Samaritaan! Dat gij, om Christus' woord en zijn genade Mijn broeders zorgt op een lastdier te laden En hen bij God of bij den waard bestelt, Doch haast u — want de liefde lijdt geweld.

(AGNUS BIECHT)

KARDINAAL. (TOT LEO.) Die is in staat een keizer te bedwingen!

LEO.

Verstaat mijnheer die stem uit Lotharingen?

DE KLERK.

Geef mij de beurs, ik ben er goed voor, heer! Ik zal de zieke broeders wel bestellen, Hen naar een goede herberg vergezellen En hen beschermen tegen zonde en weer; Ik ben een klerk en goed voor arme weezen, Ik leid een leven, passend bij mijn staat; Ik draag wel zorg, dat hen de waard niet slaat En de waardin zich wacht hen te belezen, Wanneer ze slapen en zelfs als ze waken.

Sluiten