Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN PELGRIM OP AARDE

BARTHOLOMEUS.

Doch Norbert is gegrondvest op 't Gezag

En van die duizend anderen te onderscheiden

Omdat de Boodschap, die hij draagt, de Blijde —

De vrede, dien hij brengt, de ware is;

Zijn leven enkel strekt tot ergernis

Der huurlingen, die 't Christenvolk uitbuiten,

En hoonend zijnen voortgang willen stuiten.

DE PAUS.

Doe van zijn werken ons dan 't kort relaas,

Want van zijn leven heb ik reeds vernomen;

Niet allen, die men dwazen noemt, zijn dwaas,

Nóch alles, wat men droom noemt, zijn steeds droomen.

BARTHOLOMEUS.

Gods Wijsheid kreeg in hem een nieuw geluid, De steden, dorpen loopen tot hem uit En herders geven zijne boodschap door; En als een arme herder gaat hij voor Een groeiend aantal geestelijk verlosten, Die barrevoets, in schapenvacht gedoschten Het voetspoor volgen van dien Abraham Der Nieuwe Wet, die heenwijst naar het Lam. Zij zeggen „Vader" en hij noemt hen „Zonen"; En, met den geur der velden in hun kleed, Gaan zij voorbij en willen nergens wonen Daar elk van hen zich voort een pelgrim weet. Zij gaan voorbij, doch waar zij gaan, ontluiken De vrede en de vriendschap en het recht, De goede zeden en de kerkgebruiken —» En oude veeten worden bijgelegd; Voor hen voortaan zijn edelen nóch slaven. Maar kinderen van één Vader al wat leeft.

Sluiten