Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN PELGRIM OP AARDE

EMELRIJK

't Is de oude wond, die nooit in hem genas En die geen heilige onrust zal genezen: De wereld brandt nog steeds en Christus bloedt, En 't zijn diè vlammen en die droeve vreezen Die hem dien weemoed geven en dien moed Voorbij te gaan en van geen plaats te wezen. Zijn komst is als het komen van het licht, Dat komt en gaat en komt om te verdwijnen ...

EVERMODUS.

Zoo is zijn wezen en, naar 't schijnt, zijn plicht. Doch, als hij komt, hoe sterkt hij dan de zijnen!

EMELRIJK.

Hoe sticht zijn voorbeeld elk en zachte drang!

EVERMODUS. Gelijk de minste is hij in ons midden;

EMELRIJK.

De eerste bij gebed en koor-gezang, In armoe, vasten, stilzwijgen en bidden; En Premonstreit gelijkt een paradijs, Waar ieder zacht en nederig en wijs Zich overgeeft aan een volkomen leven; Geen drang of waan elkaar voorbij te streven In aardsche wetenschap en loos gerucht, Maar man aan man wedijverend en beducht: De kracht der ziel met zorg te concentreeren Op de ééne winst —< en elk verlies te weren ...

Sluiten