Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorschool te Keulen had doorloopen, kwam hij aan de kapel van Keizer Hendrik V. Deze bood hem den bisschopszetel van Kamerijk aan, doch een uithoek van het keizerrijk kon den hofkapelaan niet behagen. Hij bedankte voor de eer en nam er genoegen mee, dat de keizer het bisdom aan een anderen hofkapelaan, Burchardus schonk.

Lichtzinnig van leven, maakte Norbertus op een mooien lentedag eens een ritje naar Vreden, niet ver van Groenlo gelegen. Een hevig onweer zette op; de bliksem sloeg vlak vóór hem in den grond. Het nabije doodsgevaar maakte grooten indruk op den wereldschgezinden edelman. Hij besloot een retraite te houden in de Benedictijner-abdij van Siegburg (bij Bonn), waar hij zich onder de leiding stelde van abt Conon. In de stilte der afzondering drong het tot hem door, dat zijn religieuse wijding een ernstiger levenswijze van hem vroeg dan hij voorheen gevolgd had.

Overtuigd van zijn godsdienstige plichten, meende hij ook zijn medekanunniken te Xanten tot het leiden van een waardiger leven te moeten aansporen, doch stiet daarbij op den grootsten tegenstand. Hij verliet de kapittelkerk en werd rondtrekkend missionaris en prediker der armoede.

Vervuld van heiligen ijver, preekte hij overal, waar hij maar kon, doch nam daarbij niet de plaatselijke grenzen in acht, die door de Hiërarchie waren gesteld. Dit was voor zijn vijanden een welkom motief, om hem bij de hoogere geestelijkheid aan te klagen. De gelegenheid deed zich voor toen een pauselijk legaat, Kuno van Praeneste, in Duitschland verscheen, om tegen den keizer op te-treden en de volgelingen van de keizerlijke politiek in den ban te doen. Op de synode van Fritzlar vroegen de vijanden van Norbertus de aandacht van den legaat voor het, naar hun meening, onrechtmatig optreden van den nieuwen boetgezant. Kuno nam de aanklacht in behandeling. Norbertus zag zich gedwongen bij Paus Gelasius II op audiëntie te gaan.

In dien tijd waren er veel pelgrhneerende armoed-predikers, die niet allen den echt katholieken geest bezaten. Eerder volgden ze hun eigen inzicht (wat zij voor een „charisma" hielden) dan de leiding van het kerkelijk gezag, waaraan alle uiting van godsdienstig leven onderworpen dient te zijn. De aanvaarding of verwerping van de kerkelijke Hiërachie leverde uiteraard het bewijs, van welken geest de apostolische predikers waren bezield.

Maar Norbertus was doordrongen van Geloof in het pauselijk gezag en ondernam hoopvol de reis naar St. Gilles (bij Marseille), waar Gelasius II in dat jaar verbleef. Gelasius II was ruim van

Sluiten