Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grens ligt vooreerst in de noodzakelijke onderordening van het nationaal welzijn aan de hoogere bestemming van de menschelijke persoonlijkheid, die een vergoding van natie en staat vanzelf uitsluit. Vervolgens wordt zij - getrokken door de eischen van de individueele en sociale moraal, van goddelijk en natuurlijk recht, waarmee de behartiging der belangen van volk en staat nooit in strijd mag komen. Ten slotte wordt het nationalisme beperkt door de hoogste gemeenschap der Christelijke liefde, welke alle menschen omspant, die door Christus' bloed zijn vrijgekocht, en in rassen of volkeren in hun betrekking tot God als Schepper en Verlosser, geen onderscheiden kan erkennen.

Indien de Katholiek dus nationalist mag zijn, internationalist moet hij tot op zekere hoogte wezen, omdat hij onder Gods oog aan geen enkel volk een suprematie of voorrang boven een ander mag verleenen. Het „vivat qui Francos diligit Christus" kan immers even goed voor ieder ander volk gelden.

Tusschen de eischen van het ware nationalisme en de verplichtingen van het echte internationalisme bestaat trouwens geen tegenstrijdigheid. „Entre un nationalisme temporel et un internationalisme spirituel, zegt Jacques Chevalier terecht, il ne saurait y avoir conflit, a condition que l'on rende a César ce qui appartient a César et a Dieu ce qui appartient a Dieu, et que Ie César ne s'avise pas d'être Pape, non plus que Ie Pape César" (bij M. Vaussard, Enquête sur Ie nationalisme. Paris, s. d., blz. 65).

Dat neemt niet weg, dat onder de Heiligen, die de Kerk vereert, ook waarlijk groote nationalisten worden

Sluiten