Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

burgerjuffrouw, die aan de collecte van het crisis-comité haar centje onthoudt, „omdat we hier Roomsch zijn".

Het is niet enkel de latente wrok over het verleden, die ons afzijdig doet staan van het waarlijk volksche, er is ook een zekere Weltfremdheit onder ons, die ons verhindert, in de natuurlijke waarden van onze nationale gemeenschap naar behooren belang te stellen. Het woord van de Navolging (I, 2): „Beter is een nederige boer, die God dient dan een hoovaardige geleerde, die zijn ziel verwaarloost en de geheimen van den hemel doorvorscht", wordt door sommigen onder ons misbruikt om de waarde van het profane in cultuur en leven gering te schatten en zich in een gemakkelijk superioriteitsbewustzijn uit den opgang van ons volk naar een hoogere beschaving terug te trekken. Maar ze vergeten daarbij, dat 't mogelijk is, tegelijk God te dienen en „de geheimen van den hemel te doorvorschen", en dat, als wij ons met dit laatste niet bezig houden, de kloof tusschen profane en christelijke cultuur tot schade van ons volk steeds grooter gaat worden.

Als de afzondering, waarin we onze eigen cultuur hebben opgebouwd en versterkt, tot zulk een afzijdigheid moest leiden, dat we de nationale cultuur van ons land zich bij ons, buiten ons en zonder ons lieten ontwikkelen, zouden niet alleen de hooge goederen, die we ons met inspanning van alle beschikbare krachten hebben weten te verwerven, onvruchtbaar blijven, maar zouden we ook schuldig staan aan verraad jegens onze volksgenooten, aan wie we het beste onthouden, wat we zelf bezitten.

Het openbare leven van ons volk, dat zoo lang den naam van „Christelijk volk" met eere gedragen heeft,

Sluiten