Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raties, omdat deze alle tesamen dezelfde plant vormen. *)

De gevallen zijn dan ook niet zeldzaam, dat een kweeker, wiens produkten na een aantal jaren over honderdduizenden hectaren verbouwd worden, zoodat duizenden individuen en daardoor ook de gemeenschap met reusachtige bedragen gebaat zijn, toch daarvan slechts een uiterst gering of in het geheel geen voordeel trekt. Wij zullen daarvan niet veel voorbeelden aanhalen, omdat sterk sprekende voorbeelden niet talrijk geboekstaafd zijn. De vooruitgang in den landbouw tengevolge van den veredelingsarbeid voltrekt zich weinig schoksgewijs; er zijn meestal een aantal jaren noodig voordat een ras van een bepaald gewas vervangen is door een ander en deze geleidelijke verplaatsing trekt buiten de engere vakkringen meest weinig de aandacht. Voortdurend worden nieuwe rassen beproefd en de meeste worden spoedig vergeten. In lang niet alle gevallen dat inderdaad een cultuurgewas een groot succes is, dringt de naam van den kweeker ver door. Wij volstaan daarom met één Nederlandsch voorbeeld en één uit onze koloniën aan te halen.

Het Nederlandsche voorbeeld is dat van G. Veenhuizen, de aardappelkweeker te Sappemeer. Wij wenschen hier niet uitvoerig zijn verdiensten te beschrijven; zijn beteekenis wordt het best gedemonstreerd door een overzicht dat C. Broekema, de directeur van het Instituut voor Plantenveredeling in het Landbouwkundig Tijdschrift (1930, p. 209) geeft van de oppervlakten welke met de rassen van Veenhuizen beplant waren in 1929. Van de 126.000 ha in dat jaar met aardappels in ons land bebouwd, droegen 83.000 ha, dat is dus 66 % de rassen van Veenhuizen. Tusschen 1888 en 1923 heeft hij 92 rassen bij den Nederlandschen landbouw geïntroduceerd. Wanneer men een eenvoudige rekensom maakt, waarin aan iederen lezer Zelf de taxatie overgelaten wordt, hoeveel op de 83.000 ha met zijn rassen beplant de meerdere geldswaarde is boven elk ander gewas of elk ander aardappelras (en die meerdere geldswaarde, groot of klein, moet er zijn, daar anders die rassen niet verbouwd geworden zouden zijn), die Veenhuizen voor den landbouwer

') Hier is afgezien van den gezondheidstoestand.

Sluiten