Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 2. Iedere deskundige of belangstellende heeft het recht, aan den directeur van het Instituut voorstellen te doen om bepaalde rassen in deze lijst op te nemen of daarvan af te voeren. Daartoe zal telkenjare voor 1 Febr. een conceptlijst worden opgemaakt. Dit concept wordt toegezonden aan de Rijkslandbouwconsulenten, aan den directeur van het Rijkslandbouwproefstation voor Zaadcontrole, aan het hoofd van den Plantensiektenkundigen Dienst, aan het bestuur van den Nederlandschen Algemeenen Keuringsdienst en verder aan hen, wier oordeel op prijs wordt gesteld of die er om vragen.

Art. 3. Beproevenswaardige en nieuwe rassen, waarvan de waarde voor den teelt nog nader moet blijken kunnen voorloopig op de lijst worden geplaatst. Behoudens uitzonderingsgevallen geschiedt voorloopige inschrijving gedurende ten hoogste 3 achtereenvolgende jaren.

Het is duidelijk dat dit Reglement niet beoogt de belangen van den kweeker te behartigen, maar in de eerste plaats de belangen van den kooper zijner produkten, den boer. De boer wordt hier officieel beschermd tegen twijfelachtige aanbiedingen; hem wordt bi; zijn aankoop van zaaizaad en pootgoed een gids verstrekt. De aanbeveling der rassen gaat niet uit van den kweeker, maar van een onafhankelijk instituut, dat in geen zoodanige relatie met den kweeker staat, dat invloed op zijn oordeel aannemelijk is. Dit instituut onderzoekt of de kwaliteiten, aan het ras toegeschreven, objectief aanwezig zijn en vraagt bij de vaststelling dezer kwaliteiten de adviezen van velen, op wier oordeel prijs gesteld wordt.

Het Instituut verzamelt gegevens omtrent de in ons land verkrijgbare rassen zaaigranen, peulvruchten, aardappelen, suikerbieten en andere landbouwgewassen. Al wat op grond van objectieve gegevens als waardevol beschouwd wordt, vindt een plaats

io^ejd°°r het Instituut "«gegeven „Rassenlijst", waarvan in 1932 de „Negende" verscheen. Van ieder ras worden een aantal gegevens in de Rassenlijst vermeld, waaronder de naam van en kweeker, eventueele vermeerderaars en handelaars. Over eze opname beslist de directeur van het Instituut autoritair, zoodat in zijn hand min of meer de erkenning van een bepaalden

Sluiten