Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wet verschaft voor de industrieele uitvinding. Een enkele maal wordt ook de parallel getrokken met de bescherming, die de auteurswet verleent; de vergelijking van een nieuwe variëteit roos of lelie met een kunstwerk zal zeker niemand op zichzelf onredelijk voorkomen; zoo schrijft ook Albert Vaunois *): „il n'est pas déraisonnable, au premier abord, de réclamer, en faveur de celui qui modifie h son gré les plantes et crée une fleur, un titre analogue a celui du céramiste qui transforme une coupe, ou du statuaire, qui pétrit 1'argile et en tire une figure." De gedachte om met de beginselen, die aan de auteurswet ten grondslag liggen, ook de bescherming van den kweekerseigendom te benaderen, krijgt nog meer zin, wanneer men aanvaardt, zooals later meer uitvoerig uiteengezet zal worden, dat aan de objecten, waarop de kweeker zijn rechten wenscht te vestigen, als regel geen nieuwe gedachte ten grondslag ligt, maar dat slechts aan een bekende gedachte vorm gegeven is. Vaunois 2) drukt dit ten aanzien van het auteursrecht zoo uit: „le droit d'auteur porte sur la forme donnée aux idees, non sur les idéés elles mêmes, abstraction faites de la fagon dont on les a combinées et exprimées" en toont aan dat deze stelling'ook door de Fransche jurisprudentie aangehangen wordt.

Niet mag evenwel uit het oog verloren worden, dat de kweeker vooralsnog weinig invloed op dien vorm kan uitoefenen. Bernard Frey-Gouet 3), lange jaren ambtenaar van het Bernsche Bureau, stelt dit verschil ten aanzien van den scheppenden arbeid van kunstenaar en kweeker scherp in het licht:

Bien que s'inspirant du monde qui 1'entoure, le poète, le romancier et le peintre créent leurs oeuvres de leur propre fonds, sans être liés par les lois qui régissent le monde matériel; ils peuvent faire naïtre devant nous un monde fantastique, ne répondant a aucune donnée de 1'expérience; nous faire voir des êtres imaginaires et reproduire les objets de la nature en leur donnant des formes, des dimen-

') Le Droit d'Auteur, Revue Mensuelle, 1931, p. 28.

2) Ibidem.

3) La Propriété Industrielle, 1923, p. 31.

Sluiten