Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Nederland voorkomende aardappelrassen geïdentificeerd kan worden. Men bezit daar nu een verzameling van ruim 100 rassen en is voornemens in afzienbaren tijd de methode te gaan toepassen ten einde zekerheid te geven of een partij raszuiver is. Deze methode zal zeker een grooten vooruitgang beteekenen. Er bestaat een aanzienlijk verschil in waarde tusschen de deskundigenverklaring: „ik herken deze plant aan den vorm van het blad" en „ik herken deze plant aan de roode kleur van den uitlooper". In het eerste geval is de gedachte van den toehoorder: „hij herkent de plant aan den vorm van het blad, maar kan dat niet nader op voor mij controleerbare wijze toelichten, want een ander (niet-deskundige) kan die waarneming niet doen". In het tweede geval is zijn redeneering: „hij herkent de plant aan de roode kleur van den uitlooper; blijkbaar is dat het specifieke herkenningsteeken, eigen aan die plant; ik niet-deskundige kan desnoods bij een tweeden deskundige navragen of die bewering juist is, maar ik niet-deskundige kan dat kenteeken (= de kleur) zelf ook waarnemen". De deskundige is hier den rechter (en ieder niet-deskundige) veel nader getreden; zijn deskundigheid beperkt zich tot de wetenschap, dat een bepaalde eigenschap kenmerkend is voor een bepaalde plant; de waarneming van de aanwezigheid dier eigenschap is voor een ieder controleerbaar.

Zoodra er gemeten, geteld, gewogen kan worden, zij het met zoo fijne methoden, dat slechts de specialist de uitvoering ervan beheerscht, is een voldoende mate van objectiviteit verzekerd. Dan pas heerscht bij de vakkundigen een zekere eenheid van oordeel. Men kan discussieeren over de vraag of iets kort of lang is, maar niet over de vraag of iets korter of langer is dan een bepaald aantal centimeters; hier is de waarneming van elk subjectief element ontdaan. Zoodra het eigenschappen betreft, waarbij ruimte is voor subjectieve meening, is de eenheid in het deskundigenoordeel zoek 1); dan worden de objectieve normen

1) Een fraai voorbeeld is te vinden in W. 12648, waar vier deskundigen een brief aan A. toeschrijven, vier andere deskundigen de juistheid dezer bewering ontkennen, waarvan drie dan nog den brief aan B toeschrijven.

Sluiten