Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toelichting. De registratieregeling, waarvan de uitvoering gelegd wordt in de handen van een wetenschappelijk instituut, volgens regelen, die men zorgvuldig kan aanpassen aan elk gewas en aan den stand der wetenschap, vermijdt alle mogelijkheid van procedures voor den burgerlijken en den strafrechter en maakt gebruik van bestaande instellingen en personen. Is eenmaal het ras geregistreerd, dan mag de kweeker door zijn reclame er misschien in slagen een luttel aantal hectaren meer van zijn ras verbouwd te krijgen, de werkelijke verdiensten van het ras in de oogen van den landbouwer en de ermee verkregen resultaten zullen over het oppervlak beslissen. Verkoopt nu een ander het ras, dan zal de kweeker daarvan profiteeren, ofschoon hij met de merkenwet in de hand dien verkoop kan tegengaan. Hij zal dus moeten kiezen wat voor hem voordeeliger is, de verkoop door anderen te pousseeren om meer kans te hebben op premie, of dien verkoop tegen te gaan met het gevolg dat de met zijn ras bebouwde oppervlakte allicht kleiner wordt. Doet hij het eerste, flan zal hij de verdenking op zich laden dat zijn vertrouwen in de eigenschappen van zijn ras niet overmatig is. In ieder geval wordt op deze wijze de verbreiding van het ras in den landbouw niet tegengewerkt.

Art. 1. Dit artikel maakt geleidelijke invoering mogelijk.

Art. 2. Dit artikel maakt mogelijk voor elk gewas de voorwaarden voor de registratie, benevens de omschrijving van de begrippen „kweeker" en „nieuw" naar behoefte te varieeren.

Art. 4—5. Ruime termijnen om alle belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun belangen te verdedigen. Procedure-regels kunnen, daar ze door den minister vastgesteld worden, naar behoefte gewijzigd worden. Art. 6. De samenstelling eener dergelijke commissie over te laten aan den minister maakt het mogelijk eventueel genetici, botanici, agronomen, wellicht een jurist te benoemen en deze samenstelling naar behoefte te wijzigen.

Art. 7. Kern van deze oplossing van het vraagstuk van den kweekerseigendom is dus de instelling eener landbouwstatistiek, waartoe de landbouwer met een bedrijf van bijv. meer dan 2 ha verplicht moet meewerken, zooals hij ook gedwongen zijn belastingbiljet in moet vullen. De landbouw zelf zal groote voordeelen genieten van een nauwkeurige bekendheid met de verbouwde rassen. Het gebruik van deze statistiek voor de premieëering van nieuwe rassen is geheel bijkomstig; dit gebruik is geen doel maar een gelukkig gevolg. Alle cijfers in dit en het volgend artikel genoemd zijn voor wijziging vatbaar. Art. 8. Het bedrag van ƒ500.000 is berekend door te onderstellen, dat 65 % van het oppervlak van Nederland, dat potentieel voor landbouw te gebruiken is, in zijn geheel met geregistreerde rassen beplant zou zijn; dit stelt dus het hoogste bedrag voor dat met een premie van ƒ 0,25 per ha per jaar uitbetaald zou kunnen worden. In de praktijk zal dit nooit bereikt worden daar een aanzienlijk deel van den bodem grasland, bosch, woeste grond etc. is, zoodat de stortingen in het fonds elk jaar slechts een fractie en dan waarschijnlijk nog een geringe van ƒ 500.000 zullen beloopen. Het bedrag van ƒ 500.000 staat gelijk met 8 opcenten op de grondbelasting; naar zeer ruwe schatting zou de last, die hiermee op den landbouw in zijn geheel gelegd wordt, neerkomen op nog niet één opcent op de belasting op de ongebouwde eigendommen. Art. 9. De registratie van de rassen door rijksinstituten kan van belang zijn, zoodra een dergelijke regeling internationaal zou worden.

Sluiten