Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII

Slechts tegemoetkoming en goeden raad heb ik van U, hooggeachte promotor, ondervonden. Daarom is het een blijde voldoening voor mijn dankbaarheid, dat dit proefschrift in zijn soort het eerste mag zijn, dat onder Uwe auspiciën het licht ziet. In de nu reeds dertig jaren van Uw professoraat zijn zeker welhaast vijftig dissertaties van door U gevormde doctorandi verschenen: vaderlandsche, internationale en koloniale, cultureele, staatkundige en oeconomische geschiedenis zijn daaronder vertegenwoordigd. Een werk van militaire historie ontbrak tot heden in de rij. Het is mij daarom een vreugde met dit geschrift een nieuwe kleur te brengen op het mozaiek, dat Uw dadenrijk leven heeft samengevoegd.

Een laatste woord van dank rest mij nog uit te spreken jegens de bibliotheken, waar ik gastvrijheid en hulp ondervond tijdens de bewerking van dit proefschrift. De bekende hulpvaardigheid der ambtenaren onzer Universiteits-Bibliotheek kon, gezien den aard van mijn onderwerp, in mij geen adaequaat object vinden. Maar overvloedig heb ik kunnen putten uit de rijke boekerij van het Ministerie van Defensie, ik dank U, bibliothecaris van de Wetering de Rooij, en Uw assistent voor de daarbij ondervonden voorlichting, op welke ik ook bij mijn verder werk vertrouw te mogen blijven rekenen.

Sluiten