Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lang of, zijns inziens, het lot van het vaderland op het spel stond, herinnert Schlieffen aan Frederik den Groote; van zijn opvatting maakt Groener zich tot tolk, wanneer hij zegt: „Ware dem deutschen Heere der Erfolg beschieden gewesen, so hatte niemand weiter ein Wort verloren über die Ver-

letzung der belgischen Neutralitat Der Sieger hatte seinem

Verfahren zum moralischen Recht verholfen. Wir wurden als Vergewaltiger gebrandmarkt, weil wir nicht gesiegt haben" x. Voor het overige zal ons hier Schlieffens plan alleen als strategische constructie bezighouden; een dergelijk isoleeren echter van een studie-object uit het milieu der verschijnselen, waarmede het feitelijk onverbrekelijk verbonden is, ontslaat o.i. ook den schrijver van een wetenschappelijke studie geenszins van den plicht om, zij het terloops gelijk hier geschiedde, een oordeel te geven naar de zedelijke normen waarop onze beschaving rust.

In talrijke Denkschriften en, na zijn aftreden als chef van den generalen staf (eind 1905), in vele lezenswaardige krijgskundige studiën heeft Schlieffen zijn denkbeelden omtrent de grondslagen der oorlogsvoering en hun toepassing in een conflict met Frankrijk uiteengezet. De door Hannibal met 50.000 man op 69.000 Romeinen behaalde overwinning bij Cannae

de generaals Ducarne en Jungbluth, dat België feitelijk zijn neutraliteit had prijsgegeven. Zelfs wanneer dit laatste inderdaad het geval ware geweest (hetgeen wij bestrijden, cf. h.1. p. 21), dan nog kan dit niet als disculpeerende omstandigheid voor Schlieffens opzet worden beschouwd, eenvoudig al op grond van het feit, dat zijn eerste misdadig plan dateert uit het jaar 1898. De quaestie van België's neutraliteit kwam in 1911, naar aanleiding van het plan tot fortenbouw bij Vlissingen, in het brandpunt der internationale belangstelling. Den Duitschen rijkskanselier werd toen verzocht, door een openlijke verklaring de gemoederen te kalmeeren. Hij antwoordde daarop, dat Duitschland niet van plan was de Belgische neutraliteit te schenden, maar dat een publieke verklaring in dien zin de militaire positie van zijn land tegenover Frankrijk zou verzwakken, daar dit land dan, in het N. geen gevaar duchtend, al zijne strijdkrachten naar het O. kon concentreeren! (Premier Livre gris beige No 12). In 1913 werd die geruststelling door v. Jagow herhaald voor den ruimeren kring der budgetcommissie van den Rijksdag (Ibid. Annexe au No 12).

1 L.c. p. 81 en 217; de lezer van Struyckens De Oorlog in België weet, dat dit brandmerk aanzienlijk ouder is dan de nederlaag.

Sluiten