Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schlieffens laatste plan, het legaat voor zijn opvolger met den roemruchtigen naam, dateert van December 1905 i. Het Denkschrift, waarin dit plan werd neergelegd, is tot heden niet in extenso gepubliceerd, maar vele letterlijke citaten bij Groener, Foerster en in de officiëele Duitsche oorlogsgeschiedenis maken het mogelijk zich er een denkbeeld van te vormen. Voor een oorlog alleen tegen Frankrijk (en eventueel de Belgische en Engelsche strijdkrachten) was dit plan bedoeld; bij een vergelijking met de concentratie van 1914 dient men dus de troepen, die in het O. moesten optreden, in mindering te brengen. Bovendien was Schlieffens plan ook niet gebaseerd op de toenmalige feitelijke sterkte van het Duitsche leger; het nam een grooter legermacht aan, maar wees tevens den weg om deze in het leven te roepen. Niet slechts een operatieplan. maar tegelijkertijd een program van legeruitbreiding en mobilisatie liet Schlieffen zijnen opvolger na. Dat program werd maar onvolledig verwezenlijkt. Doch zelfs wanneer men dit in het oog houdt, dan nog blijkt, dat Schlieffens plan naar omstandigheden de beste waarborgen voor succes had gegeven.

Tot in de koortsdroomen van zijn laatste ziekbed bleef de hoogbejaarde Schlieffen op hetzelfde aambeeld hameren: maak den rechter vleugel van het Duitsche leger dat door België heen Frankrijk binnenrukt, zoo sterk als maar eenigszins mogelijk is! De rechter vleugel zou de omvatting uitvoeren: „Es muss durchaus versucht werden, die Franzosen durch Angriff auf ihre linke Flanke in östliche Bichtung gegen ihre Mosel-Festungen, gegen den Jura und gegen die Schweiz zu drangen. Das französische Heer muss vernichtet werden. Das Wesentliche für den Verlauf der ganzen Operation ist, einen starken rechten Flügel zu bilden, mit dessen Hilfe die Schlachten zu gewinnen und in unausgesetzter Verfolgung den Feind mit eben diesem starken Flügel immer wieder zum Weichen zu bringen." Op deze wijze zou ook

1 Foerster, Graf Schlieffen und der Weltkrieg I (Berlin 1921) p. 19 e.v. spreekt nog van een plan uit 1912, dat echter, als missende het officiëele karakter van zijn vroegere plannen, hier buiten beschouwing blijft.

Sluiten