Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ligt toch ook een element van onrechtvaardigheid tegenover Moltke. Schlieffens uiteenzetting is toch veeleer een strategische (of, om het in de Duitsche litteratuur gebruikelijke woord te bezigen, operatieve) studie, die rekent met troepen, welke feitelijk nog niet ter beschikking stonden. Daarom heeft men naar een billijker vergelijking gezocht en de sterktecijfers van het concentratieplan voor 1905/061 naast die van 1914 geplaatst. In het eerste, dat ook met Rusland als vijand rekende, vinden wij dan:

10 Divisies voor het O.,

62 id. voor het W., n.1.: 54 id. tusschen Aken en Metz

8 id. in Lotharingen.

Door de legeruitbreiding, welke Moltke in de daarop volgende jaren wist te bereiken — en dat zij niet grooter was lag niet aan hem, maar aan den remmenden Rijksdag —, had men in 1914 de beschikking over 79 Divisies, d.w.z. zeven meer dan in het plan van 1905. Zij werden aldus verdeeld:

9 Divisies voor het O.,

70 id. voor het W., n.1.: 54 id. tusschen Aken en Metz 16 id. in Lotharingen.

Op grond dezer cijfers komt Gackenholz2 tot deze conclusie: „Moltke verwandte also die ihm gegenüber 1905 mehr zur Verfügung stehenden Divisionen zur Verstarkung des linken Flügels. Allerdings verschob sich dadurch das Verhaltnis zwischen den beiden Frontabschnitten. Ware es aber nicht berechtigter zu sagen, es verwandelte sich von 7 : 1 in 7:2 — nicht aber von 7:1 in 3 :1, weil so der Anschein erweckt werden könnte, als hatte Moltke den rechten Flügel abgebaut? Das ist doch aber nicht der Fall."

Volkomen juist. Maar één zekerheid wordt hierdoor niet

1 Ludendorff, Der deutsche Aufmarsch 191b (in Deutsche Wehr 1930, Heft 1).

2 Dr Hermann Gackenholz, Entscheidung in Lothringen 191b (Inaugural-Dissertation Berlin 1933) p. 31.

Sluiten