Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezant in London i, scheen het een oogenblik, of Duitscliland alleen met Rusland in oorlog zou komen. In het Keizerlijk paleis heerschte dientengevolge een opgewekte stemming en de Keizer stelde zelfs voor: „Also wir marschieren einfach mit der ganzen Armee im Osten auf!" Moltke verklaarde echter, dat het onmogelijk was om de concentratie van een millioenenleger te improviseeren, en dat een zoo ingrijpende verandering van het plan in plaats van een slagvaardig leger een ordeloozen troep soldaten naar het O. zou doen oprukken 2. Waarop de Keizer antwoordde: „Ihr Onkel würde mir eine andere Antwort gegeben haben." Moltke hield echter voet bij stuk en verklaarde alleen verantwoordelijk te kunnen blijven, wanneer zijn plan onveranderd werd uitgevoerd. Daarvoor moest men zwichten. Maar Moltke zou nogmaals ernstig geschokt worden.

Volgens zijn plan moest op den eersten mobilisatiedag Luxemburg bezet worden (door de XVI. D.I. uit Trier) om de voor Duitschland zoo gewichtige spoorwegen te beveiligen tegen een Franschen coup de main 3 Dit punt van het pro-

1 In de bekende uitgave van Kautsky, Montgelas en Schücking, Die Deutschen Dokumenten zum Kriegsausbruch (Charlottenburg 1919) vindt men dit stuk onder No 562.

2 Of inderdaad een verandering van concentratie zulk een chaotisch effect zou hebben gehad mag men in verband met de uiteenzettingen van H. v. Staabs, General der Inf. a. D., Aufmarsch nach zwei Fronten (Berlin 1925) p. 51 e.v., betwijfelen. De op spoorweggebied zeer deskundige schr. gelooft, dat Moltke zonder groote moeilijkheden de concentratie had kunnen veranderen. Maar ongetwijfeld en terecht spraken bij den Duitschen legerleider niet op de eerste plaats technische, doch politieke overwegingen.

3 In Weltkrieg I p. 103 wordt erop gewezen, dat de Duitsche dekkingstroepen uitdrukkelijk order kregen nergens de grens te overschrijden; de uitzondering, die hierbij ten opzichte van Luxemburg werd gemaakt, wordt t.a.p. medegedeeld in termen, die een poging schijnen om de rechtsschending, ook tegenover dezen staat, te bewimpelen: „Nur das zum deutschen Zollgebiet gehorige Grossherzogtum Luxemburg war von diesen Bestimmungen ausgenommen." Luxemburgs neutralisatie was op Bismarcks verlangen in 1867 uitgesproken; bovendien verbood ten overvloede het tractaat van 11 Nov. 1902 aan Duitschland het militair gebruik der Luxemburgsche spoorwegen. Cf. De Oorlog in Belgie, verspreide Opstellen van Prof. Mr A. A. H. Struycken (Arnhem 1916) p. 2 e.v.

Sluiten