Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

situatie en dit kon psychologisch bedenkelijke gevolgen hebben.

Evenzeer onjuist is de mededeeling, dat de vijandelijke linker en middelste groep in ZWestelijke en Westelijke richting teruggaan, „also auf Paris"; in feite retireert men in ZWestelijke en Zuidelijke richting, de verbinding met Verdun handhavend. Een concentratie van den bewegenden Franschen vleugel op Parijs ware van Joffre een ernstige fout geweest !, dus voor de Duitsche legerleiding een zeer welkome fout waarop zij zichzelf al te gemakkelijk suggereerde te mogen rekenen 2.

Nog merkwaardiger is de veronderstelling welke de O.H.L. uitspreekt, dat de Fransche legerleiding zoo veel mogelijk Duitsche troepen in het Westen wil vastleggen ten einde een Russisch offensief in de kaart te spelen. Inderdaad werd zulks in Frankrijk, om de onthutste gemoederen gerust te stellen, wel beweerd; maar het getuigt van een merkwaardige verblinding, dat de O.H.L. er in ernst aan gelooft. Zij kon daarmede zichzelf en den A.O.Ks de aangename illussie schenken des vijands bedoelingen listiglijk verijdeld te hebben, toen zij het Westelijk front verzwakte ten bate van het Oostelijke; misschien ook is de geïncrimineerde passus te verklaren uit een begrijpelijke reactie van Moltke op de bezwaren, welke in zijn omgeving en ook in zijn eigen binnenste gerezen waren tegen de zending van twee corpsen naar Oost-Pruissen. In ieder geval is het duidelijk, dat zoowel voor Joffre als voor Grootvorst Nicolaas een ongeveer gelijke verdeeling van de Duit-

1 Général Berthaut, De la Marne a la Mer du Nord (Paris et Bruxelles 1919) p. 21-22: „Si le général Joffre s'était replié sur Paris, il y aurait incontestablement appelé 1'ennemi, paree que tous les objectifs possibles des Allemands se seraient trouvés dans une seule direction. C'eüt été une erreur, plus qu'une erreur, une faute grave."

2 Kapitein H. G. Ontrop, De Voorgeschiedenis van den Slag aan de Marne (in den Militaire Spectator van 1920, p. 173) maakt in dit verband de opmerking: „Onwillekeurig is men geneigd aan te nemen, dat dus niet alleen — zooals bijna alle Duitsche dagboeken aantoonen — Parijs op de Duitsche troepen een groote aantrekkingskracht uitoefende, doch dat ook het Duitsche Opperbevel aan dit euvel mank ging." In dit geval kan men inderdaad van een euvel spreken.

Sluiten