Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voering zijner orders. Des morgens arriveert hij daar, massief in zijn lange zwarte kapot jas. En luistert naar Lanrezacs doleanties: niet alleen dat een gedeelte zijner corpsen van het N. naar het W. front moet maken, maar hij voelt zich allesbehalve veilig op de flanken: op de Engelschen aan zijn linker zijde valt niet te rekenen en rechts komt de linker vleugel van het 4de L. niet verder dan Signy-1'Abbaye; de lacune tusschen het 4de en 5de L. zou nog vergroot worden door de voorgeschreven beweging naar het W. Ook naar het N. voelt Lanrezac zich niet gerust; slechts een minimum van troepen mag hij ter dekking in die richting laten staan: zou de hem achtervolgende vijand sterker zijn dan Joffre aannam, dan dreigde zijnen aanval een overrompeling op de rechter flank!

Joffre heeft zwijgend geluisterd, maar hij denkt: deze man wil niet aanvallen, deze man zal steeds nieuwe bezwaren weten te vinden tegen elke order en hij vergeet hoe dringend noodig, ook met het oog op de Engelschen, thans zijn offensief is. Plotseling barst hij uit zijn stilzwijgen los in een Olympische woede: „Vous voulez donc que je vous enlève le commandement de votre armée? II faut marcher sans discuter, le sort de la campagne est entre vos mains!"3.

Lanrezac moest op den generalissimus een querulanten indruk maken; wanneer deze eenmaal een besluit genomen had kon hij kwalijk nog kritiek verdragen. Maar het lag voor de hand, dat Lanrezac zich niet gemakkelijk den mond liet snoeren. Vooreerst, omdat de zwijgzaamheid allerminst in zijn aard lag; jarenlang was hij een gevierd docent geweest aan de Ecole supérieure de la Guerre; juist hij moest geprikkeld worden door Joffre's „mutisme". En verder waren zijn ervaringen in den slag bij Charleroi van dien aard geweest, dat hij zich niet meer verantwoord achtte een order \ an hoogerhand zonder critiek te accepteeren. Lanrezac had den naam een van Frankrijks bekwaamste militaire koppen te zijn; de oorlog zou de toessteen worden van die faam in de practijk: onder het oog zijner leerlingen en van hen, die zijn opvattingen bestreden hadden, zou hij de proef moeten 1 Lanrezac p. 209.

Sluiten