Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

seinden herhaaldelijk in onvercijferden tekst1) maakte Lanrezac attent op Richthofens passage van de Oise bij Bailly2. Wat het optreden van een zoo beweeglijken vijand in de lacune tusschen het Engelsche en het 5de L. beteekende is duidelijk, wanneer men bedenkt, dat Lanrezacs leger verder naar het N. stond dan zijn buren en aldus geïsoleerd juist de minst strijdvaardige elementen, de groep R.Ds, op den linker vleugel had. Versnelling van den terugtocht was de eenige kans op redding, maar niet meer dan een kans, want indien de Duitsche cavalerie krachtdadig zou doorstooten, dan was zij in staat de spoorlijn Laon—Soissons onbruikbaar te maken en de Aisnepassages te bezetten vóór het 5de L., welks terugtocht daardoor hopeloos zou zijn afgesneden.

Lanrezacs hoofdmacht bevond zich benoorden Laon toen de Jobstijding arriveerde. Uitgeput door geforceerde marschen was geen enkele eenheid in staat op eigen kracht tijdig het critieke punt te bereiken. Maar in Laon bevonden zich nog zeven leege proviandtreinen. Men besloot een Brig. (van de 37ste D.I.) te embarkeeren; deze zou wellicht juist op tijd in Vauxaillon, tusschen Laon en Soissons, kunnen debarkeeren om den vijand een verder oprukken naar het O. te beletten. De smalle terreinstrook tusschen Oise en Aisne is zeer geaccidenteerd en wanneer de vijand Vauxaillon stevig bezet vond zou hij wellicht niet trachten in de naar Soissons voerende vallei op te rukken. Verder kreeg de 4de D.C. order zich van den rechter vleugel via Craonne naar Vailly (aan de Aisne) te begeven. Valabrègue moest een Brig. in richting van Vauxaillon dirigeeren ten einde met de Brig. der 37ste D.I. samen te werken. Intusschen zetten de Engelschen hun terugtocht voort en bleek het langen tijd onmogelijk verbinding met hun hoofdkwartier te krijgen.

Kort na den middag vernam Lanrezac, dat de Duitsche cavalerie Nampcel, ongeveer 12 km ten O. van Bailly, had bereikt. De hoofdmacht van het 5de L. bereikte toen Laon. Zij had nog vele kilometers voor den boeg op een moeilijk terrein, alvorens de Aisne te bereiken. De groote vraag was,

1 Alexandre p. 134, n.

2 Lanrezac, p. 235; cf. h.1. p. 150.

Sluiten