Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of de naar Vauxaillon gezonden Brig. den vijand voor zou zijn. Bemoedigend was de vangst van een vijandelijk radiogram, waarin de D.C. der Garde verklaarde, dat het beslag der paarden volkomen onbruikbaar was geworden, weshalve zij zending verzocht van hoefijzers en spijkers. Maar om 17 uur had de verkenning uit de lucht vastgesteld, dat de Duitsche cavalerie Vauxaillon reeds op eenige km genaderd was.

Toch bleef de in zenuwspanning door Lanrezacs hoofdkwartier gevreesde ramp uit. Niet dank zij de 4de D.C., ook niet door het optreden van Valabrègue's reservisten, maar door de tijdige komst van de Brig. der 37ste D.I., door de aarzeling des vijands en door het gelukkige toeval, dat Haigs lste L.C. wegens de hitte niet, zooals was gelast, bezuiden het woud van Villers-Cotterêts maar ten N. daarvan, tusschen het woud en de Aisne, tot rust was overgegaan. De vijand verloor zijn tijd met een verkenning der Engelsche voorposten ten N. der Aisne, een gedeelte kwam in contact met de Fransche Brig. bij Vauxaillon zonder door te stooten en zoo werd de kans in het onverdedigde gebied bezuiden Vauxaillon niet gebruikti.

Op 1 September passeert het 5de L. de Aisne. Het verkeert in deplorabelen toestand. De terugtocht wordt steeds moeilijker en werkt steeds meer deprimeerend. De hitte blijft drukken uit een hemel van koper; het terrein, geaccidenteerd van O. naar W., maakt eindelooze omwegen noodig; vaak heerscht er verwarring op de marschwegen, waartoe vluchtelingen en legertrein niet weinig bijdragen 2. Een ooggetuige van den terugtocht beschrijft de soldaten van het 5de L. als schimmen uit de Hades, die door hun eindeloozen marsch de zonden der wereld uitboeten. Zij loopen met gebogen hoofd, hun roode broeken en blauwe tunieken zijn kleurloos vaal geworden van het stof; langs den weg liggen door uitputting stervende of doode paarden, liggen doodelijk vermoeide of door zonnesteek getroffen kameraden 3.

1 Voor deze geheele episode cf. Spears p. 335—351.

2 Lanrezac p. 239; Larcher p. 202.

3 Spears p. 363.

12

Sluiten