Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Moltke's order. Hij wist, dat het I. L. het II. L. vóór was en had dus moeten gelasten: „I. Armee halt, deckt gegen Paris und folgt spater gestaffelt" 1. Nu de formuleering anders luidde, kon A.O.K. I licht aannemen, dat de O.H.L. geen juist inzicht had in de feitelijke situatie. Kluck wist, dat alleen een energieke vervolging door zijn leger de beslissende operatie mogelijk kon maken. En hij besloot, hoewel geenszins blind voor het risico dat hij op zich nam, de grondgedachte der instructie uit te voeren door den vijand voor zijn linker vleugel scherp te vervolgen.

De Rubico werd overgetrokken! „In Richtung auf Nogent an der Seine winkte der Endsieg, das grosse Hallali im Wettlauf der Armeen um den Kaiserpreis. Wer wollte da fehlen!" 2 In het licht dezer ontboezeming moet men het besluit van Kluck beoordeelen. Eindelijk zou het sedert Le Cateau met alle energie nagejaagde doel dan toch bereikt worden! Het was psychologisch bijna een onmogelijkheid nu de vervolging te staken. „Niemand," schrijft v. Mantey, „würde heute solch einen Entschluss verstehen, wenn wir heute etwa lesen würden, dass die französische Armee der Auflösung nahe war, wenn wir bei einer Verfolgung, wie sie die Kriegsgeschichte nicht kennt, den Feind losgelassen hatten. Die Steine, mit denen auf das A.O.K. I geworfen würde, würden wahrscheinlich nicht gross genug sein können. Das konnte ein Oberbefehlshaber nicht verantworten, das konnte nur die O.H.L." 3. Daarbij houde men in het oog, dat de belangrijke melding omtrent een vrij sterken vijand in de streek Chantilly—Dammartin niet ter kennis van A.O.K. I was gekomen 4 en dat men daar evenmin iets wist van de voor het front van Hausen

1 Marnefeldzug p. 119. De in alle opzichten beste oplossing geeft Kabisch p. 158: „Die II. Armee folgt gestaffelt der I. und übernimmt den Flankenschutz des Heeres." De kruising der achterwaartsche verbindingen beteekende geenszins een onoverkomelijk bezwaar. De colonnecommandanten hebben later herhaaldelijk de gelegenheid gehad om te bewijzen, dat zij dergelijke problemen met groote bekwaamheid wisten op te lossen.

2 Baumgarten-Crusius p. 67.

3 v. Mantey p. 117.

4 Cf. h.1. p. 180-181.

14

Sluiten