Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6de L. redigeeren, waarvan de voornaamste alinea luidt. „Demain, la 6e armée se mettra en mouvement dans la direction de 1'est en se maintenant sur la rive droite (nord) de la Marne, de manière a amener son front a hauteur de Meaux et a être prête a attaquer le 6 au matin avec 1'armée anglaise qui attaquera sur le front Coulommiers — Changis" K

Intusschen liet ook Joffre zijn ontwerp van instructie wijzigen. Op alle punten scheen thans overeenstemming te bestaan, alleen de datum van het offensief was nog niet vastgesteld. Joffre voelde nog steeds het meest voor den 7de. Maar Franchet was op 6 September gereed en Gallieni pleitte ook voor dien datum: z.i. moest het 6de L. onverwijld oprukken, vóór de vijand zich bewust kon worden van het hem dreigende gevaar; in dat geval moest de strijd uiterlijk op 6 September ontbranden. Terwijl Gallieni hiermede in zijn order reeds rekening hield, besloot Joffre, hoewel ongaarne, dien datum voor het algemeene offensief van den linker vleugel vast te stellen. Dit en de verdere bijzonderheden der instructie liet Joffre des nachts nog naar Parijs telephoneeren2 Gallieni smaakte daarmede de voldoening van een overwinning over de geheele linie; maar hij wist niet, welk een belangrijke factor voor dit succes Franchet d'Espery s intelligente cordaatheid was geweest. De commandant van het 5de L. had, nog geen dag in zijn nieuwe functie niet alleen snel en juist de strategische situatie overzien, hij had ook den moed getoond zijn troepen na een langdurigen en demoralieerenden terugtocht beschikbaar te stellen voor een offensieven omkeer, die binnen anderhalf etmaal zou plaats grijpen 3.

ment militaire de Paris du Ier au 12 septembre (Paris, 1920) p. 123 telephoneerde de gouverneur van Parijs onmiddellijk na zijn terugkeer uit Melun, dus om 19 uur, naar Bar.

1 Arm. franc;. I, 2 Ann. No 2362, 4 Sept. 20.30; uitgegeven schijnt deze order pas den volgenden dag (ibid. note 1).

2 Gallieni, Mémoires p. 123; Joffre, Mémoires I p. 390

3 Joffre, ibid. p. 388, brengt Franchet d'Esperey wel de grootste hulde door te getuigen: „c'est lui qui a rendu possible la bataille de la Marne." In zekeren zin is dit juist, maar een dergelijke absolute uitspraak moet toch voornamelijk gezien worden als een begrijpelijke reactie op het oordeel van hen, die alle eer voor Gallieni opeischen.

Sluiten