Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII

Ten onrechte zien Mariéjol (Histoire de France van Lavisse, t. VI, 2) Salomon Reinach (Orpheus, 496) en anderen in de leiding van seminaria en colleges het oorspronkelijke doel van Pierre de Bérulle's congregatie der Oratorianen.

VIII

Ook de „renversement des alliances" (1756) is een factor geweest in de verzwakking van de positie der monarchie in Frankrijk.

IX

Sombarts stelling: „Zur Genesis der Stadte haben die Markte nichts, aber auch rein gar nichts beigetragen" (Der moderne Kapitalismus, 2de druk, I, 135) is onhoudbaar.

X

De karakteriseering, welke Prinsen geeft van Ihvsken van den Schilde (Handboek tot de Nederlandsche letterkundige Geschiedenis, 2de druk, 103) is niet geheel juist; wel zou zij volkomen passen op Heine's „Ein Weib" (Romanzen 1839-

m2, 1).

XI

In de lyrische poëzie van Jonktys en Focquenbroch overheerscht de invloed van Lucretius.

XII

Overdieps onderscheiding van bijvoegelijke en bijwoordelijke bepalingen respectievelijk als „bepalingen van een zelfstandigheid" en „andere bepalingen" (Moderne Nederlandsche Grammatica, 1929, par. 21) is onjuist.

Sluiten