Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

INLEIDING.

In de inleiding van „De historie van den vier Heemskinderen" *) deelt Prof. Dr. G. S. Overdiep mede, dat hij zich voorloopig „moet onthouden van een aesthetischen, stilistischen en taalkundigen, vergelijkenden commentaar op het Volksboek en de poëtische fragmenten, een vergelijkende studie, die in vele opzichten aanlokkelijk is." Dit denkbeeld heb ik van den inleider mogen overnemen en het resultaat van mijn in hoofdzaak syntactische vergelijking is in deze studie beschreven.

Met de klank- en flexievormen, noch met de critiek der handschriften van den Renout heb ik mij bemoeid, aangezien de heer P. J. J. Diermanse litt. docts. te 's Gravenhage ver gevorderd is met de bewerking van een belangwekkende nieuwe tekstuitgave, met commentaar, van alle mnl. Renoutfragmenten en van het mnd. fragment. Een onderzoek als dit echter had de heer Diermanse niet op het oog. Hoewel ik uitging van de uitgave-Matthes2), is het van den aanvang af de bedoeling geweest de belangrijkste gegevens van het hs. in aanmerking te nemen. Daarom heb ik het hs. der zes fragmenten vergeleken met de uitgave, waarbij mijn promotor mij zijn zeer gewaardeerde hulp verleende, terwijl ik door de welwillendheid van den heer Diermanse in staat was de gevonden afwijkingen aan zijn gegevens te toetsen. Alleen die afwijkingen, welke van invloed waren op mijn vergelijkende beschrijving, heb ik in deze studie verwerkt en laat ik hieronder in een lijst volgen. Wat het Volksboek betreft, was uiteraard de uitgaveOverdiep de bron van mijn onderzoek.

De stilistische vergelijking der beide teksten demonstreert zoowel het verschil tusschen den mnl. epischen stijl en dien van

1) J. B. Wolters, Groningen, 1931.

2) J. B. Wolters, Groningen, 1875.

1

Sluiten