Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uitbreidingen in het Volksboek. x)

2. In totaal telde ik 120 gevallen van uitbreiding. Een betrekkelijk groot gedeelte wordt gevormd door toegevoegde verMarende of verhand-vormende hoofdzinnen (c.q. nevengeschikt of samengetrokken), bij voorkeur aansluitend achter den zin die correspondeert met Et.;2) het aantal van deze uitbreidingen bedraagt 39. Bijv.:

Rt. 212 Doe reitsi, waer si wilden, // Maer sine hadden niet van haren scilden, // No van helmen niet geheel // Behouden trechte derden deel. Vb. 59.12 ende ontreden theer want haer scilden waren al stucken ende haer helmen doorslegen ende waren seer gewont ende Beyert mede.

Rt. 568 Renout es van so hogen magen, // Die veete suldi wel gedragen II Jegen Kaerl geweldelike, // Puppins sone van Vrancrike. Vb. 63.31 ,,hi is van so hogen geslacht hi sal u de oerlogen tegen coninc Karei wel helpen dragen, so moechdi rustelic leven ende sonder sorch .

Rt. 1203 Wat mochten wi laten dan verstaen // Kaerle, den coninc wel ghedaen, // Als gi achter bleeft hier"?" Vb. 151.5 wat souden wi tegen coninc Karei seggen waer ghy waert ende wat ghi deet. ende waer omme ghi niet en quaemt? want die waerheit soude hi van ons weten willen".

3. Alle overige toevoegingen zijn uitbreidingen binnen het bestaande zinsverband van den Eenout. Het grootste gedeelte hiervan wordt gevormd door toegevoegde bijzinnen aan het begin van de zinsconstructies, die op voorgaande zinnen terugwijzen of er mee verbonden zijn. Het zijn vooral temporale bijzinnen, waar in Et. meestal volstaan wordt met ,,doe , of zelfs in het geheel geen verbindingswoord gebruikt wordt. Het aantal van deze toegevoegde temporale zinnen bedraagt 33.

1) Vergeleken zijn hier de 6 fragmenten van den Rt. en de overeenstemmende deelen van Vb., doch alleen waar de inhoud correspondeert.

2) In enkele gevallen gaat de toegevoegde zin voorop. Bv.: Rt. 1181 Gi heren", sprac Rolant met sinne. Vb. 150.29 ende ic seg u: ghi heren

enz. (een aanduiding van den nadruk) — Rt. 197 „Entrouwen, here, so sjjn verloren // Die ede, die gij hebt gezworen. Vb. 26.4 Doe seide dye edel vrow: „Voerwaer heer, so sijn de eden verloren enz.

Constructies als „seitsi" komen in Vb. niet tusschen de directe rede voor, maar gaan eraan vooraf, hetgeen ten goede komt aan den logischen verhaaltrant, maar aan den anderen kant een zekere eentonigheid veroorzaakt.

Sluiten