Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rt. 83 Doe Aymijn sine viande // Vor hem sach in sinen lande, jI Doe wert hi bleec ende vale, (Yb. heeft een achtergevoegde „als-zin": als hi sijn vianden so voer hem sach staen). — Vb. 23.28 Doe si[se] gewaert wert comen ridende mercte si enz. — verder 61.32 (beide zinnen zijn uitbreidingen van Vb.); 26.5 so sijn de eden verloren de gi swoirt doen ic u eerstwerf besliep (een uitbreiding van Vb.; in tegenstelling met de andere zinnen aan het einde van het zinsverband).

Rt. 126 Ende eer soe twort vulseide, enz. (Vb. heeft uitgebreider verhaaltrant) — verder: 861 (Vb. mist een corresp. zin). — Vb. 146.35 met alle sijn cracht eer Ogier te weer conde comen (een uitbreiding van Vb.).

Rt. 638 Ende mine broedre allegader, // Gel/ijc gi waert onse vader." (Vb.: gelijc of).

Rt. 200 „Ic vlo mi liever uter noot. // Dan ic dus soude bliven doot." — Vb. 59.7 ic vloge liever uter noot dan ic dus doot bliven soude" 1)

In plaats van „hoe-zinnen" met objectsfunctie heeft Rt. öf een object of de directe rede:

Vb. 61.6 Ic wiste gaerne hoe ghi hiet — (Rt. uwe namen) 61.7 ende seggen hoe wi hieten — (Rt. seggen onse namen). 147.8 vraechde hi hoe de camp vergaen was — (Rt.: directe rede).

Vb. 23.33 de vierde is heer Bernaert so mi dunct — (een uitbreiding van Vb.).

Tenslotte moeten nog genoemd worden dezinneningeleid door „al", waarvan ik drie voorbeelden in beide teksten vond. Ze hebben, op één uitzondering in Yb. na, concessieve functie; in Et. gaan twee zinnen aan den hoofdzin vooraf, in Vb. volgen ze alle drie op den regeerenden zin.

Rt. 100 Al waert dat hi verdeelt ware, // Nochtanne — verder

653, 721; (telkens ontbreekt door bekorting een correspondeerende zin in Vb.).

Vb. 65.14 „want hi en mach u niet deren allage hijer voer honder tjaer."

(Rt.: hi mochte u niet .... deren binnen .c. jaren). — 147.16 ende halen hem al waer hi te Beurepaer — (een uitbreiding van Vb.).

Een „al-zin" met vergelijkende functie gebruikt Yb. éénmaal, in plaats van een vergelijkenden „of-zin" in Et.:

Vb. 24.11 Aldus sat Aymyn met groter o vermoet al hadde hi here geweest over al Kerstenrijc. — (Rt. 53 Hi sat of hem ware onderdaen // Dat kerstinede heeft bevaen).

) De ethische datief „mi" is in Vb. uitgevallen; het adverbium ,,liever" krijgt daardoor meer gevoelswaarde.

7

Sluiten