Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en in Yb. 30, waarvan in resp. 2 en 13 maal de aanloop gevormd wordt door een temporalen bijzin 1). In enkele gevallen in beide teksten is de tweede zin door één of meer bijzinnen, ondergeschikt aan den eersten zin, van dezen gescheiden. Et. bevat één voorbeeld met een zeer groote tusschenruimte tusschen beide samengetrokken zinnen:

Rt. 921 Alse Ywe die monec dat sach, // Dat Roelant vor den oioster lach, // Ontboet Ywe vele houde // Sinen swagelinc Renoude // Bi .i. bode sonder blame, // Dat hi hem te hulpen quame // Jegen Roelant, den coenen degen: // Beverepaer haddi belegen, // Ende die .xii. genoete van Vrankrike, // Si hadden gesworen gemenelike, // Dat sine emmer souden vangen // Ende bi sire kelen hangen, // Ende bat hem dies omoedelike, —

Voorbeelden van 2 verbonden zinnen:

Rt. 419 Ende in corten stonden // Heifti den brief ontwonden // Ende lassen selve te hant, 823 Als hi .iii. slage hadde gegeven, // Heeft Ogier tsweert verheven, // Ende gaf Goutiere .i. slach, // Daer hem die doet ane lach. — Yb. 23.30 ten laetsten wert sise kennende ende seide in haer selven: 60.13 ende als si dat gedaen hadden so toeehden si den coninc thoeft daer die croen op stont ende seiden: — Met een participiale constructie als aanloop vinden we: Vb. 59.31 Dat gedaen wegende, leiden si haer hoefden in haer geilden ende sliepen een weinich.

Enkele opmerkelijke gevallen vinden we nog in Yb.; nl. een zinsverband, waarvan de eerste zin zelf ook al een sterk samengetrokken zinsconstructie is (met samentrekking van S., Vf en Object) en verder een geval, waarin de tweede zin feitelijk een ondergeschikte functie heeft:

61.19 Als die coninc mit sijn volcke rede was deden de broeders Beyaert gadelen ende overdecken met een coffertuer ende saten dair op met groter hoemoedicheit. — 62.31 Doe sprac een coen ridder ende hiet Reinier: —

Voorbeelden van meer dan twee verbonden zinnen:

3 zinnen: Rt. 819 Doe balchi hem ende slouch met sporen // Ende heeft Ogier vercoren. Vb. 59.8 Met dien reden si mit Beyert int heer ende vochten so lange dat men wel een mile gegaen soude hebben ende macten ontalijke veel doden (Rt. heeft 4 gevallen, Vb. 6).

1) vgl. voor de frequentie van den temporalen bijzin in Yb.: § 60.

Sluiten