Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en gebruik gescheiden zijnx) en dat het merk collectief door verschillende zelfstandige ondernemingen gebruikt wordt. Het karakteristieke ligt dus niet speciaal in de omstandigheid, dat de rechthebbende een collectiviteit zou zijn. Immers een collectiviteit kan zeer goed over een individueel merk — zooals het gewone fabrieks- of handelsmerk in tegenstelling tot het collectieve gewoonlijk genoemd wordt — beschikken (b.v. het merk van den Nederlandschen Staat voor kolen der Staatsmijnen) 1). Verschillende schrijvers 2) zijn echter van oordeel, dat slechts collectiviteiten rechthebbende op een collectief merk kunnen zijn en dat een collectief merk zijn collectief karakter verliest, wanneer de corporatie ook buitenstaanders in de gelegenheid stelt zich ervan te bedienen, wanneer dus de gebruikers niet langer geacht kunnen worden een collectiviteit te vormen. Daar het echter voor het karakter van het collectieve merk o.i. van geen belang is, of de rechthebbende al dan niet als een collectiviteit is te beschouwen, zouden wij het recht ook aan anderen dan aan collectiviteiten willen toekennen. Dit klemt te meer, wanneer men bedenkt, dat er in de practijk herhaaldelijk merken voorkomen, die wel het karakteristieke van het collectieve merk vertoonen (recht en gebruik gescheiden, collectief gebruik door zelfstandige ondernemingen), doch die niet aan een collectiviteit toebehooren (b.v. het merk van de N.V. tot Keuring van Electrotechnische Materialen en het merk van het Instituut der Nederlandsche Vereeniging van Huisvrouwen, zie blz. 57). In Engeland kent men dan ook aan „any person or association (who) undertakes to certify . . wanneer deze overigens aan de door de Engelsche wet gestelde voorwaarden voldoet (vgl. blz. 127), het recht toe om „proprietor" van een collectief merk te zijn en om het gebruik daarvan toe te staan aan ieder, die deze „person or association" daarvoor in aanmerking acht te komen. Op voorbeeld van de Engelsche wet en in verband met de behoeften van de practijk is in onze definitie het collectieve merk dan ook eenigszins ruimer omschreven dan tot nog toe veelal geschiedde.

Het belangrijkste verschil tusschen collectieve en indi-

l) Vgl. Pr. Ind. April 1934, blz. 66.

') Hijman, W. 9408; Zaayer, „Het collectieve Merk", (1912); Völlmar, „Het Nederlandsche Handelsrecht" (1931), blz. 49.

Sluiten