Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van preventief te werken, vrijwel straffeloosheid bracht, omdat, zooals Pouillet opmerkt, zoowel de gelaedeerde partij er voor terugschrikte, den schuldige een dergelijke aan het bedreven kwaad onevenredig hooge straf te zien opleggen, alsook de rechter om een dergelijk vonnis uit te spreken 1).

Was de Fransche merkenbescherming op zichzelf dus nog wel voor belangrijke verbetering vatbaar, nog zwakker dan in Frankrijk was de positie der merken hier te lande, omdat de wet Germinal uitging van het bestaan van een merkrecht (droit naturel, blz. 29), dat in Frankrijk wèl, doch in Nederland feitelijk niet aanwezig was, zoodat op de keper beschouwd de Wet Germinal hier te lande niet eens reden van bestaan had.

Mei 1880 85 twee^e helft der 19e eeuw werden in verschillende

S. 85. ' landen (o.a. Frankrijk en België) merkenwetten ingevoerd, die mede aanleiding waren, dat ten onzent op betere regeling der merkenbescherming werd aangedrongen, hetgeen tot resultaat had, dat bij Koninklijke Boodschap van 6 Maart 1879 aan de Tweede Kamer der Staten Generaal een ontwerp van wet, houdende bepalingen op de Handelsen Fabrieksmerken, werd toegezonden. Dit werd de wet van 25 Mei 1880, die — wat ook haar fouten waren — rechtszekerheid bracht (zij het ook een haast al te groote rechtszekerheid, die te weinig rekening hield met de billijkheid) door het constitutieve stelsel van inschrijving (vgl. blz. 64) als basis te nemen voor de merkenbescherming: geen recht en dus geen bescherming zonder inschrijving in de daartoe bestemde merkenregisters. Zij regelde, waar en hoe deze inschrijving moest plaats vinden, ook van vreemde merken (welke voordien vrijwel geheel rechteloos waren) en gaf bepalingen ten aanzien van de civielrechtelijke- en de strafrechtelijke sanctie 2).

ÏÏfy-V], Inmiddels was men het belang gaan inzien van inter1885,2s. 140* nati°nale samenwerking op het gebied van de tot den industrieelen eigendom behoorende rechten. Nadat op enkele voorafgaande Congressen 3) de plannen voor een interna-

1) Pouillet, t.a.pl., blz. 9; Kappeyne v. d. Coppello, t.a.pl., blz. 7.

2) Vgl. Kappeyne v. d. Coppello, t.a.pl., blz. 9.

s) d.w.z. Congres van Afgevaardigden tijdens de wereldtentoonstelling te Weenen (1873) en idem te Parijs (1878); verder het Parijzer Congres van 4 November 1880, waar de inmiddels ontworpen Conventie aan een grondige behandeling werd onderworpen, waarna zij voor adhaesiebetuiging aan alle staten werd toegezonden. Pr. Ind., Maart 1933, blz. 46.

Sluiten