Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de rechtszekerheid ten goede komen, echter vaak ten koste van de billijkheid en dan weegt hier het voordeel der soepelheid en billijkheid toch zwaarder dan rechtszekerheid. De rechter behoort in dit opzicht, rekening houdende met de omstandigheden en met de in den desbetreffenden handelskring geldende normen, van geval tot geval zijn houding te bepalen, echter aan de hand van door de wet duidelijk omschreven richtlijnen.

Dit wordt hem onder de geldende wet al heel gemakkelijk gemaakt door de ruime opvatting van den Hoogen Raad omtrent de wijze, waarop de rechter zich, bij de in art. 10 bedoelde requestprocedure, van dergelijke handelsgebruiken op de hoogte kan stellen 1).

Sekieurde Het proces, dat den Hoogen Raad aanleiding gaf zich strepen. hierover uit te laten, betrof de vraag of een aantal gekleurde strepen, aangebracht op den zelfkant van textielwaren, onderscheidend vermogen bezaten en dus als merk voor deze waren konden dienst doen. Het Bureau voor den Industrieelen Eigendom had inschrijving geweigerd, omdat dergelijke strepen in den textielhandel veelal qualiteitsaanduiding waren en dus als merk ontoelaatbaar moesten worden geacht. De Rechtbank, zoowel als het Hof in hooger beroep, waren dezelfde meening toegedaan. Het Hof liet zich bij zijn beslissing voorlichten door de Kamer van Koophandel zonder, overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de formaliteiten in acht te nemen, die noodig zijn voor het inwinnen van een bericht van deskundigen: geen beëediging, geen termijnbepaling voor het onderzoek, geen gedachten wisseling tusschen partijen en deskundigen (art. 222 vlg. B. Rv.). Bovendien had het Hof het advies der Kamer aangenomen als bewijs, zonder den fabrikant in de gelegenheid te hebben gesteld tegenbewijs te leveren. De Hooge Raad heeft deze handelwijze gesanctionneerd door uitdrukkelijk te verklaren, dat de merkenprocedure een speciale requestprocedure is, waarop de gewone vormen en waarborgen van het partijenproces, zooals dit in het Wetboek van

') H. R. 18 December 1930, W. 12245, m-°- Mff. N.J. 1931, blz. 661, m.o. Scholten. Vgl. O. & M., September 1933, blz. 185; bevestiging vonnis Hof 's-Gravenhage, 21 October 1930, I. E. b. 1931, blz. 661; Rb. id. 18 Mei 1927, I. E. 1928, blz. 12 (uitvoering in een bepaalde kleur van een deel van het isoleeringsmateriaal van een kabel kan nooit merk zijn).

Sluiten