Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iderdeel ker bescherming berust op, of haar grondslag vindt in, de

bestrijding der oneerlijke concurrentie.

gendom. De bescherming van den industrieelen eigendom omvat volgens art. i van het Unieverdrag octrooien van uitvinding, gebruiksmodellen, teekeningen en modellen van nijverheid, fabrieks- of handelsmerken, handelsnamen en aanduidingen van herkomst of oorsprong, evenals het tegengaan van oneerlijke concurrentie.

De tot den industrieelen eigendom behooreide rechten zijn alle onpersoonlijk, d.w.z. zij gelden niet slechts tegenover een bepaald persoon doch tegenover een ieder, zij het ook soms met eenig voorbehoud. Dit laatste geldt o.a. voor het merkrecht: het gebruik van een merk, waarop een merkrecht bestaat, is slechts aan anderen dan den rechthebbende verboden, voor zoover het betreft dezelfde of soortgelijke waren als waarop het door den rechthebbende wordt gebruikt.

igendoms- In Frankrijk kent men een eigendomsrecht op het merk, ï^Srf.en zij het ook een „propriété relative" (blz. 29), d.w.z. een ,ai". eigendomsrecht, dat slechts geldend gemaakt kan worden leorie. tegenover degenen, die dezelfde of soortgelijke waren fabriceeren of daarin handel drijven. Met deze eigendomserkenning hangt samen het in Frankrijk geldende vrije beschikkingsrecht, dat de merkgerechtigde over zijn merk heeft. Hij kan zijn merk vervreemden als zelfstandig vermogensobject zonder de onderneming, tot onderscheiding van welker waren het bestemd is.

Scherp tegenover deze eigendomstheorie staat de ,,Individual-theorie" van den Duitschen jurist Kohier1), die het merkrecht beschouwt als een aan een ieder toekomend persoonlijk recht om de uit zijn fabriek of onderneming afkomstige waren van een herkomstaanduiding te voorzien. Nadrukkelijk betoogt hij, dat het merk geen zelfstandig recht wil zijn, doch slechts middel om aan te duiden, dat het product van een bepaald persoon of uit een bepaalde onderneming afkomstig is. Daarom ook heeft z.i. de merkgerechtigde slechts recht op het merk als herkomstaanduiding voor de bepaalde, door hem vervaardigde of verhandelde waren en heeft hij geen recht op het teeken zelf.

Een moeilijk te omzeilen gevolg van deze theorie — die

l) Kohier, t.a.pl., blz. 53 vlg.

Sluiten