Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

über die Kennzeichnung von Hühnereiern vom 17. Marz

1932, als uitvloeisel van de verordening van den Rijkspresident „Zur Sicherung von Wirtschaft und Finanzien vom 1. Dezember 1930" (Pr. Ind. 31 Juli 1932, blz. 131) x).

Oostenrijk: verplicht garantiemerk voor kaas: Ord. 30 Mei 1930, waarin deze merken uitdrukkelijk onder de bescherming van de merkenwet van 24 April 1930 en onder de bescherming van de Ord. van 9 April 1930, betreffende collectieve merken, worden gebracht (Pr. Ind. 30 Juni 1930, blz. 122).

Brazilië: verplicht merk voor weefsels, ingevoerd bij decreet van 22 April 1931 (Pr. Ind. Mei 1932, blz. 74 en Januari

1933, blz. 13).

Bulgarije: verplicht merk voor zeep, ingevoerd bij de wet van 4 Januari 1930 (Pr. Ind. Januari 1932, blz. 10).

Nauw verwant aan deze „officieele" merken zijn de ïaliteits- merken, die op standaardvoorschriften gebaseerd zijn (qualierken. teitsmerken) 2) en waarvan vooral Amerika een niet onbelangrijk aantal kent; „Gütezeichen" noemt men ze in Duitschland. Semi-nationaal zou men deze merken kunnen noemen, omdat de voorschriften veelal (Duitschland, Amerika) in onderling overleg tusschen overheid en belanghebbenden worden vastgesteld. Als bewijs, dat aan deze standaardvoorschriften voldaan is, kan dan onder bepaalde voorwaarden gebruik gemaakt worden van een daarvoor vastgesteld merk. De overheid blijft toezicht op de naleving der voorschriften uitoefenen; de producent blijft echter geheel vrij om zich al dan niet onder dit toezicht te stellen. In dit opzicht verschillen deze merken van de meeste Rijkscontrölemerken. Zoo is b.v. de aanwezigheid van het Rijksboter- of het Rijkskaasmerk op uit te voeren boter of kaas ingevolge art. 1 van de Landbouwuitvoerwet verplichtend gesteld. Bovendien bestaat er hierin verschil tusschen de Rijkscontrölemerken en de hier bedoelde qualiteitsmerken, dat de eerste alle direct of indirect op een speciale wet of wetsbepaling berusten en de laatste niet.

1) Vgl. 0. & M., September 1933, blz. 178 „Een nationaal handelsmerk in DuitscWand" (Deutsche Wirtschaftsadler); doel: invoer van buitenlandsche waren indirect tegen te gaan en Duitsche uitvoer te bevorderen.

2) Vgl. Pr. Ind. Februari 1934, blz. 31.

Sluiten