Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sche huisvrouwen. Iedere fabrikant van huishoudelijke artikelen kan het recht op het gebruik van dit merk erlangen en wel gewoonlijk voor het loopende en daarop volgende jaar, gedurende welken tijd hij zich aan de reglementsvoorschriften heeft te onderwerpen op straffe van een boete.

De artikelen, die aan dit Instituut ter keuring kunnen worden aangeboden, zijn van zeer uiteenloopenden aard, al betreffen zij dan ook alle het huishouden. Vaststaande voorschriften omtrent keuringseischen zijn dus bezwaarlijk te geven. Het merk van het Instituut bewijst alleen een zekere practische doelmatigheid, zooals het bestuur van het Instituut deze van geval tot geval bepaalt, rekening houdende met de eischen, die het meent, dat in doorsnee door Vereeni- Nederlandsche huisvrouw worden gesteld1).

gingsmer-

Thans blijft ons nog een laatste belangrijke groep van ken. collectieve merken ter bespreking over: de collectieve ver-

eenigingsmerken i).

Vaak beschikken in het bijzonder vakvereenigingen, d.w.z. vereenigingen, die behartiging van vakbelangen'beoogen, over een bepaald merk, waarvan aan een ieder, die lid der vereeniging wordt, automatisch het gebruiksrecht ten deel valt, met inachtname van de daarvoor door de vereeniging gestelde voorwaarden, terwijl deze ook gewoonlijk een zeker toezicht blijft uitoefenen.

Het zijn deze vereenigingsmerken, die het eerst in verschillende landen als collectieve merken de aandacht hebben getrokken. Zoo had Frankrijk reeds in 1884 een wet op de Syndicats Professionnels, België in 1898 een wet op de

*) Waar vastgehouden moet worden aan den eisch, dat ook het collectieve merk om als zoodanig voor bescherming in aanmerking te kunnen komen, wordt aangebracht op of aan waren of verpakking, vallen niet onder de Merkenwet collectieve garantie-aanduidingen voor personen. Zoo kunnen degenen, die het recht hebben verkregen op hun winkelruit het Koninklijke wapen aan te brengen met het woord „Hofleverancier" zich niet op een ,,merk"-recht beroepen tegenover degenen die dit, zonder daartoe het recht te hebben,eveneens zouden doen. Hetzelfde geldt b.v. voor degenen, die van het Leidsche Studenten Corps het recht hebben verkregen om op of aan hun winkel een soort uithangboord aan te brengen, voorstellende 5 pijlen met de woorden „virtus concordia fides", als aanduiding, dat het L.S.C. tot hun klanten behoort. Evenmin kan men van een merkrecht spreken bij het onderscheidingsteeken der Vereeniging van Directeuren van Electriciteitsbedrijven in Nederland (V.D. E.N.), die aan installateurs, welke door haar als bekwaam worden erkend, het recht verleenen het V.D.E.N.-teeken op hun winkelruit aan te brengen. Bij misbruik of nabootsing staat geen ander rechtsmiddel open dan c.q. de gewone burgerrechtelijke schade-actie of de strafrechtelijke actie uit art. 328 bis Sr.

a) Vgl. Jungblut und Gröschler, t.a.pl., blz. 29 vlg.

Sluiten