Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de eerste gebruiker ook na verloop van de in lid i genoemde termijnen zijn recht bleef behouden, zelfs tegenover den inschrijver.

De stoot tot deze wetswijziging (blz. n) werd gegeven door het vonnis van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch (3 Juni 1904, W. 8072), geveld naar aanleiding van een vordering tot schadevergoeding van den sigarenfabrikant L., tegen den sigarenfabrikant S., beiden wonende te Eindhoven, ingesteld op grond van het feit, dat S. voor zijn sigaren gebruik had gemaakt van het merk „La Luisa Maria", terwijl het merk „La Maria Luisa" voor sigaren ten name van L. ingeschreven stond en door L. ook nog steeds werd gebruikt. S. ontkende noch het feit, waarvan hij beschuldigd werd, noch de overeenstemming der beide merken in hoofdzaak, maar bestreed, dat dit gebruik onrechtmatig zou zijn, omdat een groot aantal Eindhovensche sigarenfabrikanten zich reeds jaren vrijelijk van een soortgelijk merk bedienden en hij persoonlijk zich kon beroepen op een gebruik van het thans door L. gewraakte merk, dat zeer zeker anterieur was aan diens gebruik van het merk „La Maria Luisa". Zijn verdediging kwam voorts hierop neer, dat hij weliswaar verzuimd had tijdig tegen de inschrijving van dat merk verzet te doen en dat door het verloopen van den daarvoor vastgestelden termijn dus thans het recht van den eischer onaantastbaar was geworden (interpretatie Minister!), maar dat voor S. het eenige gevolg hiervan was, dat hij geen wettelijke bescherming van zijn merk meer kon krijgen, niet echter, dat hij onrechtmatig handelde met het merk te blijven gebruiken.

De Rechtbank ging met dit verweer van gedaagde niet mede. Volgens haar gold na verloop van den termijn van art. 10 de inschrijver voorgoed als de eerste gebruiker en dus als de uitsluitend rechthebbende, hetgeen, haars inziens, niet alleen ondubbelzinnig uit de wet bleek, maar bovendien onvoorwaardelijk steun vond in de uitlatingen van de Regeering, zoowel in de Memorie van Toelichting bij het wetsontwerp der Merken wet van 1893 a^s de openbare debatten, die naar aanleiding daarvan over het stelsel der wet gehouden waren.

Gelukkig kwam de Regeering door deze uitspraak, waarin zuiver logisch en consequent haar opvatting bij de totstandkoming der wet was overgenomen, tot de overtuiging, dat

Sluiten